Heeft de ondernemingsraad het recht om een fusie of reorganisatie tegen te houden? Niet direct — maar via het adviesrecht geeft de Wet op de ondernemingsraden (WOR) de OR een wettelijk verankerd middel om ingrijpende bedrijfsbesluiten te beïnvloeden. In 2026 blijft dit recht cruciaal: bij fusies, reorganisaties en andere strategische veranderingen moet de ondernemer de OR tijdig om advies vragen. Doet hij dat niet, of negeert hij een negatief advies, dan riskeer hij een beroepsprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. Dit artikel legt uit hoe het adviesrecht werkt, welke besluiten eronder vallen en wat de OR kan doen als zijn stem wordt genegeerd.
Wat is het OR-adviesrecht en hoe is het wettelijk verankerd?
Het adviesrecht van de ondernemingsraad is vastgelegd in artikel 25 van de WOR. Dit artikel verplicht de ondernemer om de OR om advies te vragen vóórdat hij een besluit definitief neemt over een reeks specifieke, ingrijpende onderwerpen. Het gaat uitdrukkelijk om advies in een stadium dat de OR de uitkomst nog kan beïnvloeden — niet achteraf ter kennisgeving.
Het adviesrecht verschilt fundamenteel van het instemmingsrecht uit artikel 27 WOR. Bij het instemmingsrecht mag de ondernemer een besluit niet uitvoeren zonder instemming van de OR. Bij het adviesrecht mag de ondernemer wél afwijken van het advies, maar dan geldt een verplichte wachttermijn van één maand en moet hij zijn afwijking schriftelijk motiveren aan de OR.
À retenir: Het OR-adviesrecht verplicht de ondernemer tot tijdig, schriftelijk overleg over ingrijpende besluiten — maar het is geen vetorecht.
Welke besluiten vallen onder het verplicht OR-advies?
Artikel 25 WOR bevat een limitatieve opsomming van onderwerpen waarvoor de ondernemer de OR om advies moet vragen. In de praktijk gaat het bij fusies en reorganisaties om de volgende categorieën:
| Besluittype | Concrete voorbeelden |
|---|---|
| Overdracht van zeggenschap | Fusie, overname, joint venture, deelneming |
| Inkrimping of uitbreiding | Reorganisatie, collectief ontslag, uitbreiding productie |
| Wijziging werkzaamheden | Bedrijfsverplaatsing, outsourcing, automatisering |
| Grote investeringen | Kapitaalinvesteringen met structurele gevolgen voor de onderneming |
| Samenwerking | Duurzame samenwerkingsverbanden met andere organisaties |
De WOR stelt als aanvullende eis dat het besluit de organisatie of het personeel structureel moet raken. Kleine operationele wijzigingen — zoals een tijdelijke bezuiniging op kantoorkosten — vallen er niet onder. Bij twijfel is het raadzaam om als OR-lid tijdig advies in te winnen bij een gespecialiseerde arbeidsrechtadvocaat over de vraag of een besluit adviesplichtig is.

Hoe verloopt de adviesprocedure stap voor stap?
Een rechtsgeldige adviesprocedure verloopt in vaste stappen. Fouten in de procedure geven de OR een zelfstandige beroepsgrond bij de Ondernemingskamer, ongeacht de inhoud van het advies.
- Schriftelijke adviesaanvraag: De ondernemer dient een schriftelijk verzoek in bij de OR met de motivering van het voorgenomen besluit, de verwachte gevolgen voor het personeel en de voorgestelde maatregelen om die gevolgen op te vangen.
- Informatieverstrekking: De OR heeft recht op alle informatie die hij nodig heeft voor een weloverwogen advies. Hij mag externe deskundigen inschakelen — de kosten komen ten laste van de ondernemer, mits die vooraf de gelegenheid heeft gekregen bezwaar te maken (artikel 22 WOR).
- Overlegvergadering: Er vindt minimaal één formele overlegvergadering plaats tussen OR en ondernemer om het voorgenomen besluit te bespreken.
- Schriftelijk advies: De OR brengt zijn advies schriftelijk uit — positief, negatief of onder voorwaarden. Een voorwaardelijk advies kan concrete eisen bevatten over sociale plannen, herplaatsing of communicatie.
- Besluit en mededeling: De ondernemer neemt zijn definitieve besluit en deelt dit schriftelijk mee. Bij afwijking van het OR-advies start de wachttermijn van één maand.
Wat kan de OR doen als de ondernemer zijn advies negeert?
Wanneer de ondernemer afwijkt van een negatief advies of de procedure niet correct heeft gevolgd, heeft de OR één maand de tijd om in beroep te gaan bij de Ondernemingskamer (OK) van het Gerechtshof Amsterdam. Dit beroepsrecht is exclusief: alleen de OR kan het instellen, niet individuele werknemers.
De Ondernemingskamer toetst of de ondernemer bij een afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Mogelijke uitkomsten van een succesvol beroep zijn:
- Schorsing van het besluit — de ondernemer mag het besluit tijdelijk niet uitvoeren
- Vernietiging van het besluit — het besluit vervalt en de ondernemer moet het heroverwegen
- Ongedaanmaking — reeds uitgevoerde maatregelen moeten worden teruggedraaid
In de praktijk slaagt een beroep met name wanneer de OR kan aantonen dat de ondernemer de procedure niet heeft nageleefd, onvoldoende informatie heeft verstrekt, of het advies zonder deugdelijke motivering heeft genegeerd. Schadevergoeding wordt slechts in uitzonderingsgevallen toegekend.

Welke OR-bevoegdheden zijn extra relevant in 2026?
In 2026 staan twee thema's centraal in het medezeggenschapsrecht. Het eerste is de rol van de OR bij de inzet van kunstmatige intelligentie en geautomatiseerde besluitvorming. Hoewel artikel 25 WOR via de categorie "wijziging werkzaamheden" al een basis biedt voor adviesrecht bij structurele AI-implementaties, verkennen de Sociaal-Economische Raad (SER) en vakbonden als FNV en CNV een wettelijke aanscherping voor systemen die arbeidsplaatsen direct raken.
Het tweede thema is de positie van de OR bij reorganisaties in economisch onzekere tijden. De Stichting van de Arbeid (STAR) heeft aanbevolen dat werkgevers OR-leden vroeger bij strategische planningsgesprekken betrekken — nog vóór een formele adviesaanvraag. Dit vermindert de kans op beroepsprocedures en leidt aantoonbaar tot betere uitkomsten voor alle betrokken partijen.
Kernpunt: OR-leden die in 2026 anticiperen op fusie- of reorganisatietrajecten, activeren proactief hun informatierechten via artikel 31 WOR en schakelen tijdig een gespecialiseerde medezeggenschapsadvocaat in.
Veelgestelde vragen over het OR-adviesrecht
Kan de OR een fusie verbieden?
Nee, de OR heeft geen vetorecht. Maar via de Ondernemingskamer kan hij een besluit laten schorsen of vernietigen als de procedure niet correct is gevolgd of als de ondernemer niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen. In de praktijk werkt de dreiging van een beroepsprocedure als een sterk onderhandelingsmiddel.
Hoe lang duurt de adviesprocedure gemiddeld?
De WOR stelt geen vaste termijn voor de procedure zelf, maar de OR moet voldoende tijd krijgen voor een weloverwogen advies. Na het uitgebrachte advies geldt een verplichte wachttermijn van één maand. De totale doorlooptijd varieert van enkele weken tot meerdere maanden, afhankelijk van de complexiteit van het besluit.
Wat is het verschil tussen adviesrecht (art. 25) en instemmingsrecht (art. 27 WOR)?
Het adviesrecht (artikel 25 WOR) geldt voor strategische besluiten: de ondernemer mag afwijken van het advies, mits schriftelijk gemotiveerd en met inachtneming van de wachttermijn. Het instemmingsrecht (artikel 27 WOR) geldt voor regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden en personeelsbeleid: zonder instemming van de OR mag de ondernemer het besluit niet uitvoeren.
Wie draagt de kosten van een externe deskundige die de OR inschakelt?
De kosten voor externe deskundigen die de OR inschakelt in het kader van zijn adviesrecht komen ten laste van de ondernemer, mits de OR hem vooraf in de gelegenheid heeft gesteld bezwaar te maken (artikel 22 WOR). Redelijke kosten voor juridisch advies of een financieel expert worden in de rechtspraktijk doorgaans vergoed.
Juridische disclaimer: De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld ter algemene voorlichting en vormt geen juridisch advies. De rechten en plichten van de ondernemingsraad hangen af van de specifieke situatie en de toepasselijke cao of WOR-bepalingen. Raadpleeg een arbeidsrechtadvocaat voor advies over uw concrete situatie.

Sophie Bosch

