Vijf paarden in Nederland zijn in augustus 2026 positief getest op het westnijlvirus — meer dan in heel 2025 samen. Vier besmettingen werden vastgesteld in Zuid-Holland, tussen Rotterdam en Den Haag, en één geval werd gemeld ten zuiden van Nijmegen. Het muggenseizoen is nog volop actief en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verwacht dat er de komende weken mogelijk meer besmettingen zullen volgen.
Hoe verspreidt het westnijlvirus zich bij paarden?
Het westnijlvirus wordt overgedragen via muggen, waaronder de gewone huissteekmug (Culex pipiens). Vogels vormen het zogenaamde reservoir: zij dragen het virus bij zich zonder zelf ziek te worden. Muggen nemen het virus op wanneer zij een besmette vogel steken, en overdragen het vervolgens op andere dieren of mensen bij een volgende beet.
In 2026 werd het virus niet alleen bij paarden aangetroffen. Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) bevestigde op 6 augustus 2026 ook besmettingen bij een zanglijster, bij muggen zelf en bij een Nederlandse bloeddonor, zo meldde de NVWA. Dit brede verspreiding onder verschillende gastheren wijst erop dat het virus steeds diepgeworteld raakt in de Nederlandse natuur.
Paarden zijn zogenaamde dead-end hosts: zij kunnen het virus niet overdragen aan muggen of mensen. Een directe besmetting van paard naar mens is daardoor niet mogelijk. Toch is het verstandig voor paardenhouders om ook hun eigen bescherming serieus te nemen, omdat dezelfde mug die uw paard steekt, ook u kan steken.
De geografische verspreiding in 2026 is groter dan in 2025. De vier gevallen in Zuid-Holland vormen een cluster rondom het lager gelegen poldergebied, waar muggen ideale leefomstandigheden vinden: stilstaand water in sloten en drinkbakken, hoge temperaturen en een groot aanbod aan vogels als gastheer. De combinatie van een warm augustus en een nat voorjaar heeft de muggenpopulatie in Nederland dit jaar bijzonder groot gemaakt.
Welke symptomen moeten paardeneigenaren herkennen?
Ongeveer 80 procent van de besmette paarden vertoont geen enkel symptoom. Bij deze dieren verloopt de infectie stilzwijgend en herstellen ze zonder tussenkomst van een dierenarts. Maar bij circa 20 procent van de besmette dieren treedt daadwerkelijke ziekte op — en dat is het moment waarop paardeneigenaren alert moeten zijn.
De vroege, niet-specifieke signalen zijn subtiel en kunnen worden verward met andere, minder gevaarlijke aandoeningen:
- Koorts boven 38,5 °C (de normale lichaamstemperatuur van een paard ligt tussen 37,5 en 38,5 °C)
- Verminderde eetlust en algehele lusteloosheid
- Spiertrillingen, meestal zichtbaar in de lippen, schouders of flankspieren
In een kleiner deel van de gevallen treedt de gevreesde neurologische vorm op. De paarden die in augustus 2026 in Nederland werden gediagnosticeerd, vertoonden ernstige neurologische symptomen: ataxie (coördinatiestoornissen), aanhoudende spiertrillingen en gedragsveranderingen. Eén paard moest wegens het ernstige verloop worden geëuthanaseerd.
Neurologische symptomen die onmiddellijk veterinaire aandacht vereisen:
- Wankelen of stuurloos lopen (ataxie)
- Onvermogen om normaal recht te staan
- Duidelijke zwakheid in de achterbenen
- Spierspasmen of beginnende verlamming
- Plotselinge gedragsverandering of verwardheid bij bekende prikkels
Zodra u twee of meer van deze signalen ziet bij een paard in een risicogebied — en het muggenseizoen is nu volop bezig — is onmiddellijk contact met een dierenarts aangewezen. Het verschil tussen vroeg ingrijpen en afwachten kan het verschil zijn tussen volledig herstel en blijvende neurologische schade.
Als uw paard koorts heeft en staat in Zuid-Holland: wat nu?
Stel: u heeft een achtjarige warmbloed ruin staan in een wei vlakbij Dordrecht, midden in het risicogebied dat in augustus 2026 werd geïdentificeerd. Op een donderdagavond merkt u dat hij nog geen helft van zijn gebruikelijke voerhoeveelheid heeft opgenomen. Vrijdagmorgen meet u zijn temperatuur zelf: 38,9 °C — net boven de normale grens van 38,5 °C. Bij zijn linker schouder ziet u bovendien lichte maar ritmische spiertrillingen.
Als u nu 24 uur wacht om te zien of het vanzelf overgaat, loopt u het risico dat neurologische symptomen zich ontwikkelen. Neurologische schade door westnijlvirus is niet altijd volledig reversibel; hoe vroeger een dierenarts betrokken is, hoe groter de kans op volledig herstel.
Uw dierenarts zal een bloedmonster afnemen voor serologisch of PCR-onderzoek. Goed nieuws: tot en met 30 november 2026 kunnen dierenartsen bloedmonsters kosteloos insturen naar Royal GD voor laboratoriumonderzoek naar het westnijlvirus. De uitslag geeft zekerheid over de diagnose en bepaalt het verdere behandelplan.
Er bestaat geen specifiek antiviraal middel tegen het westnijlvirus. Behandeling is ondersteunend: pijnstillers en ontstekingsremmers (zoals fenylbutazon), vochtsuppletie via een infuus en strikte stalrust. De financiële impact van een ernstige besmetting is aanzienlijk. Een eerste consult plus bloedafname kost doorgaans €80–€150. Bij een ernstig neurologisch geval, waarbij het paard intensieve verpleging, doorlopende infuusbehandeling en 24-uursbewaking nodig heeft, kunnen de behandelkosten per week oplopen tot €1.000–€2.000 exclusief transport naar een paardenkliniek.
Ter vergelijking: een basisvaccinatieserie tegen het westnijlvirus bestaat uit twee injecties met een interval van 3 tot 6 weken en kost doorgaans €80–€120 in totaal — gevolgd door een jaarlijkse herhalingsprik. Als uw paard is gevaccineerd en u ziet toch koorts of spiertrillingen, kunt u uw dierenarts bellen voor een telefonisch adviesgesprek; als uw paard niet is gevaccineerd, is een bezoek ter plaatse in dit muggenseizoen de veiligste keuze.
Zie ook: Insect van het jaar 2026: waarom insectensterfte ook uw huisdieren aangaat — over hoe veranderende insectenpopulaties de gezondheid van dieren in uw omgeving beïnvloeden.
Vaccinatie: wat kunt u nu nog doen?
Voor paarden is een goedgekeurd vaccin beschikbaar. De basisvaccinatie bestaat uit twee injecties met een interval van 3 tot 6 weken. Daarna wordt jaarlijks gevaccineerd, bij voorkeur in april of mei — vóór de start van het muggenseizoen. Na de eerste injectie duurt het 4 tot 6 weken voordat het paard voldoende beschermd is.
Wie zijn paard nog niet heeft gevaccineerd en nu, eind augustus 2026, een basisschema start, zal dit muggenseizoen helaas niet meer volledig beschermd zijn vóór het seizoen afloopt in oktober. Maar een dierenarts kan beoordelen of een directe start toch zinvol is, zodat het paard voor de muggenpiek van 2027 wél tijdig beschermd is.
Naast vaccinatie zijn directe praktische maatregelen essentieel voor de komende weken:
- Breng fijnmazig insectengaas aan op stalramen en -deuren
- Verwijder staand water rondom de stal — vervang drinkbakken dagelijks en draai omgekeerde emmers recht
- Beperk wei-uitloop tijdens schemering en vroege avond, wanneer de Culex pipiens het actiefst is
- Gebruik een door uw dierenarts aanbevolen insectenwerende spray die geschikt is voor paarden
Raadpleeg een dierenarts: uw checklist voor dit muggenseizoen
De NVWA raadt paardenhouders uitdrukkelijk aan hun dieren goed te observeren en bij twijfel direct contact op te nemen met een dierenarts. In het huidige muggenseizoen, met bevestigde besmettingen in meerdere provincies, is een afwachtende houding geen verantwoorde keuze.
Bel uw dierenarts wanneer u één of meer van de volgende signalen ziet:
- Koorts boven 38,5 °C in combinatie met verminderde eetlust
- Spiertrillingen, ook als de temperatuur nog normaal is
- Stuurloos of wankelend looppatroon
- Zwakheid in de achterbenen of onvermogen om recht te staan
- Plotselinge gedragsverandering of niet-reageren op bekende prikkels
Hoe eerder een dierenarts betrokken is, hoe groter de kans op volledig herstel. De neurologische gevallen die in augustus 2026 in Nederland werden gediagnosticeerd, bevestigen dat het westnijlvirus snel een ernstig verloop kan krijgen — zelfs bij dieren die aanvankelijk alleen lichte symptomen vertoonden.
Meer informatie over beschermingsmaatregelen voor uw paard vindt u op de officiële pagina van de NVWA over het westnijlvirus.
YMYL-disclaimer: Dit artikel is uitsluitend informatief en vervangt geen professioneel veterinair advies. Raadpleeg bij vragen over de gezondheid van uw paard altijd een erkende dierenarts.

Laura Vermeulen