Op 7 mei 2026 werd in het Radboudumc in Nijmegen een patiënt opgenomen met een bevestigde hantavirusbesmetting — een zeldzame, maar potentieel levensgevaarlijke virusinfectie. Door twee procedurefouten bij de opvang gaan twaalf medewerkers van het ziekenhuis nu zes weken in preventieve quarantaine. Wat is dit virus precies, en wanneer moet jij als burger naar de huisarts?
Hoe de hantavirusuitbraak bij Radboudumc begon
De patiënt die op 7 mei 2026 werd opgenomen is afkomstig van het cruiseschip m/v Hondius, dat in verband staat met een bredere uitbraak van het andeshantavirus. Een Nederlands echtpaar wordt beschouwd als de vermoedelijke bron: zij werden besmet tijdens een vogelkijktrip in Ushuaia, Argentinië, waar ze in contact kwamen met knaagdieren die het virus droegen.
Bij opname werd bloed afgenomen en verwerkt via de standaardprocedure. Dat had niet gemogen: gezien de aard van het virus had een striktere procedure gevolgd moeten worden. Bovendien bleek op 9 mei dat bij het afvoeren van de urine van de patiënt niet de meest actuele internationale richtlijnen waren gehanteerd. Het Radboudumc zette vervolgens twaalf medewerkers preventief zes weken in quarantaine, zo meldde NL Times op 11 mei 2026. Patiënten en bezoekers van het ziekenhuis lopen geen risico op besmetting.
Wat is het andeshantavirus?
Hantavirussen zijn een groep RNA-virussen die van dier op mens worden overgedragen, doorgaans via uitwerpselen, urine of speeksel van besmette knaagdieren. De meeste varianten smetten niet van mens op mens over — maar het Andes-variant, dat circuleert in Zuid-Amerika, vormt een uitzondering. Van dit specifieke type is persoon-op-persoon-overdracht beschreven, wat het extra gevaarlijk maakt in een ziekenhuisomgeving.
Bij het hantavirus-pulmonair syndroom (HPS), de ernstigste vorm, verloopt de ziekte in drie fasen:
- Prodromale fase (2–8 dagen): koorts, spierpijn, hoofdpijn en vermoeidheid — vergelijkbaar met een zware griep
- Cardiorespiratoire fase (4–10 dagen): plotselinge kortademigheid door vochtophoping in de longen; dit is de kritieke fase
- Herstelperiode: indien de patiënt overleeft, begint langzaam herstel — de sterftekans bij HPS ligt wereldwijd tussen de 35 en 50 procent
Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is de incubatietijd van hantavirus doorgaans 2 tot 4 weken.
Wanneer moet je naar de huisarts?
De meeste Nederlanders hoeven zich geen zorgen te maken over hantavirus. Toch zijn er specifieke omstandigheden waarbij een arts raadplegen verstandig is:
Neem contact op met de huisarts als je:
- Recent in contact bent geweest met knaagdieren of hun uitwerpselen, vooral in risicogebieden zoals Zuid-Amerika, de Balkan of Oost-Azië
- Verblijf hebt gehad in een ruimte met knaagdierplaag (schuur, kelder, vakantiewoning na leegstand)
- Koorts, spierpijn en kortademigheid ontwikkelt na een mogelijke blootstelling
- Passagier bent geweest op een schip of in een groepsverband met een bevestigde hantavirusinfectie
Een huisarts kan via bloedonderzoek antilichamen tegen het virus aantonen. Vroege diagnose is cruciaal: hoe eerder intensieve zorg wordt opgestart, hoe groter de overlevingskans. Net als bij besmetting met leptospirose door ratten geldt ook bij hantavirus: neem geen afwachtende houding aan bij combinatie van koorts en mogelijke knaagdierblootstelling.
Wat dit incident leert over ziekenhuisveiligheid
De fouten bij Radboudumc zijn een herinnering aan hoe snel procedures kunnen ontsporen bij zeldzame of onbekende pathogenen. Het virus circuleert niet endemisch in Nederland, waardoor standaardprotocollen niet altijd zijn afgestemd op exotische infectieziekten.
Bij meldingsplichtige infectieziekten in Nederland is het RIVM de centrale autoriteit. Hantavirus valt onder de lijst van te melden infectieziekten; artsen zijn verplicht een besmetting te melden bij de GGD. Zodra een arts hantavirus vermoedt, wordt direct een infectioloog ingeschakeld en vindt verdere behandeling in strikte isolatie plaats. Er bestaat geen specifiek antiviraal medicijn; behandeling is ondersteunend — beademing, vochttoediening en intensivebewaking.
Wat zijn de risico's in Nederland?
De kans dat een Nederlander in eigen land hantavirus oploopt is klein, maar niet nul. Europa kent het Puumala-virus (PUUV), verspreid door rosse woelmuizen, dat in Nederland sporadisch voorkomt. PUUV veroorzaakt doorgaans een mildere ziekte dan het Andes-variant: niercomplicaties (nephropathia epidemica) in plaats van longfalen, met een lagere sterftekans maar soms langdurig herstel.
Risicofactoren in Nederland zijn onder meer:
- Verblijf in de natuur of werken in stallen en graanschuren met knaagdieren
- Werken in woningen of kelders met actieve muizenplaag
- Reizen naar risicogebieden zoals Argentinië, Chili, Bolivia en de Balkanlanden
Beroepsgroepen met verhoogd risico zijn boswachters, boeren, bouwvakkers die in oude gebouwen werken en laboratoriummedewerkers die met knaagdieren werken. Preventie begint bij het dragen van handschoenen en een mondmasker bij werkzaamheden waarbij knaagdieruitwerpselen vrijkomen, en het goed ventileren van slecht gebruikte ruimtes voordat je binnenkomt.
Een huisarts of infectioloog kan uw individuele risicoprofiel beoordelen na mogelijke blootstelling en u indien nodig doorverwijzen voor verdere diagnostiek op een gespecialiseerde infectieziekteafdeling.
Wat te doen bij vermoeden van besmetting?
- Bel uw huisarts en vermeld expliciet dat u mogelijk aan hantavirus bent blootgesteld — benoem het reisgedrag of de mogelijke bron
- Ga niet zelf naar de spoedeisende hulp zonder overleg; de huisarts bepaalt hoe urgent verdere actie is
- Informeer huisgenoten als u positief test: bij het Andes-variant is overdracht naar naaste contacten in theorie mogelijk
- Volg de actuele RIVM-richtlijnen voor hantavirus, beschikbaar op rivm.nl
Met de juiste medische begeleiding en snelle diagnostiek is de kans op een goede uitkomst aanzienlijk hoger. Twijfelt u over uw risico of klachten? Raadpleeg via Expert Zoom een huisarts of infectieziekte-specialist die u snel en deskundig verder helpt.
Dit artikel bevat medische informatie van algemene aard. Bij symptomen of zorgen over een mogelijke besmetting raadpleegt u altijd een gekwalificeerd arts of zorgprofessional.

Maria Bakker