Feyenoord-middenvelder Gjivai Zechiël (22) maakte op 3 oktober 2026 zijn debuut voor het Nederlands elftal in de Nations League-wedstrijd tegen Griekenland, die eindigde in een 2-2 gelijkspel. De jonge middenvelder uit Rotterdam-Zuid viel in de 78ste minuut in als vervanger en droeg direct bij aan de gelijkmaker van Tijjani Reijnders. Het was een sportief hoogtepunt — maar experts wijzen op een minder zichtbare kant van zo'n interland-debuut: voor jonge profvoetballers verandert er bij het aantrekken van het Oranje-shirt ook juridisch en commercieel het nodige.
Van Eredivisie naar interland: de stap die alles verandert
Zechiëls debuut verraste niemand die de Eredivisie dit seizoen volgde. In de eerste acht wedstrijden van het seizoen 2026-2027 was hij goed voor vijf doelpunten en vier assists bij Feyenoord. Daarmee trok hij de aandacht van de nieuwe bondscoach Xavi Hernández, die hem opriep als derde debutant onder zijn bewind — na AZ-spits Mexx Meerdink en PSV-aanvaller Ruben van Bommel. De marktwaarde van de middenvelder is inmiddels opgelopen tot naar schatting €7 tot €10 miljoen, aldus analyses van footballtransfers.com.
Maar naast de sportieve waardestijging brengt een Oranje-debuut ook een juridische complexiteit met zich mee die vaak onderschat wordt. Op het moment dat een speler zijn eerste interland speelt, gelden er gelijktijdig drie contractuele kaders — en wie die niet kent, loopt kans op kostbare fouten.
Drie lagen die gelijktijdig gelden
Een profvoetballer die voor Oranje uitkomt, bevindt zich juridisch in een driehoeksverhouding.
Laag 1: het spelerscontract met de club. Feyenoord verlengde Zechiëls contract onlangs tot medio 2029 met een flinke salarisverhoging, nadat de club meerdere miljoenenoffertes van clubs als Lille en Villarreal had afgewezen. In dat contract zijn bijna zeker bepalingen opgenomen over beeldrechten, exclusiviteitsverplichtingen richting clubsponsors en transferclausules.
Laag 2: de KNVB-kaderovereenkomst. Spelers die voor Oranje worden opgeroepen, sluiten via spelersorganisatie FIFPro NL een kaderovereenkomst met de KNVB. Daarin is geregeld wie beeldmateriaal van de speler in Oranje-context mag exploiteren. De KNVB heeft voor interlanddagen een exclusiviteitsvenster: gedurende de samenkomst én 72 uur daarna mogen spelers geen commerciële beelden maken in Oranje-uitrusting voor een merk dat niet het officiële bondsmerk is.
Laag 3: persoonlijke sponsorovereenkomsten. Dit is de laag waar de meeste commerciële kansen liggen — en ook de meeste risico's. Naarmate Zechiël bekender wordt, zullen merken hem benaderen voor ambassadeursrollen en reclamecampagnes. Maar een aanbod dat financieel aantrekkelijk lijkt, kan botsen met verplichtingen uit de andere twee lagen. Virgil van Dijk verdient naar verluidt meer dan €3 miljoen per jaar aan beeldrechten — maar zulke bedragen vergen een contractuele basis die decennia ver vooruit is doordacht.
De Auteurswet regelt in artikelen 19 tot en met 21 dat een geportretteerde in principe bescherming geniet van zijn portret, maar dat dit recht afdraagbaar is via contracten. In de praktijk ligt de exploitatie van een voetballerportret verspreid over club, bond en persoonlijk — en de grenzen zijn zelden expliciet genoeg beschreven.
Eerdere zaken in het Nederlandse sportrecht, zoals de contractkwestie rond Shaqueel van Persie bij Feyenoord, laten zien hoe snel juridische onduidelijkheid over contractlagen tot langdurige conflicten kan leiden — zelfs bij topclubs met ervaren juridische afdelingen.
De beeldrechtenkwestie: wie bezit jouw gezicht?
Wanneer een speler het Oranje-shirt aantrekt, verandert zijn publiek profiel van het ene op het andere moment. Dat heeft directe gevolgen voor wie wat mag doen met zijn afbeelding. De club mag zijn portret gebruiken voor competitiewedstrijden en clubmateriaal — maar niet voor Oranje-gerelateerde uitingen. De KNVB mag zijn afbeelding in Oranje-context inzetten voor bondspartners — maar niet voor persoonlijke endorsements van de speler buiten die context.
Voor merken die een interland-debutant willen benaderen, geldt hetzelfde. Een sportmerk dat een sponsorovereenkomst wil sluiten met een speler zoals Zechiël, moet precies weten welke afbeeldingen, video's en evenementen onder de clubexclusiviteit vallen, welke onder de KNVB-exclusiviteit en welke de speler zelf vrij kan commercialiseren.
Juridisch advocaten die gespecialiseerd zijn in sportrecht adviseren jonge spelers dan ook om al bij de eerste contractverlenging een beeldrechtaddendum te laten opnemen: een bijlage bij het spelerscontract die expliciet beschrijft welke commerciële activiteiten buiten de clubsfeer toegestaan zijn. Zonder zo'n addendum geldt de standaardinterpretatie — en die valt doorgaans in het voordeel van de club. Vergelijkbare analyses voor andere sporters, zoals Messi's beeldrechten en sponsorcontracten, laten zien hoe complex dit speelveld is.
Concreet: wat als jij in deze situatie zat?
Stel: je bent een 22-jarige Eredivisie-middenvelder, net geselecteerd voor je eerste interlandperiode. Je verdient €8.000 bruto per maand als clubspeler. Na je debuut meldt zich een sportdrankmerk met een aanbod voor een tweejarige ambassadeursovereenkomst ter waarde van €60.000 — inclusief social-media-content, productlanceringen en een videoreeks voor YouTube.
Op papier lijkt dit een eenvoudige keuze. Maar bij juridische analyse komen er drie directe risico's naar boven:
Als je club een exclusiviteitsovereenkomst heeft met een concurrent van dit merk — iets wat bij clubs als Feyenoord, Ajax of PSV bijna altijd het geval is — dan kun je die €60.000-deal niet tekenen zonder contractbreuk te riskeren. De boeteclausule in zo'n geval loopt doorgaans op tot twee keer de contractwaarde: €120.000.
Als de KNVB-exclusiviteit van toepassing is op het type content dat het merk wil produceren, dan heb je tijdens en na interlandperioden geen vrijheid om commerciële opnames te maken voor niet-bondsponsors. Dat beperkt de uitvoerbaarheid van de deal direct, ook al is de deal an sich toegestaan.
Als je de €60.000 als privépersoon ontvangt in plaats van via een eigen B.V., worden die inkomsten belast in box 1 tegen het toptarief van 49,5%: dat is €29.700 aan belasting. Via een B.V.-structuur is het effectieve tarief bij dezelfde omzet doorgaans 15 tot 25 procent lager — een potentieel voordeel van €9.000 tot €15.000 op deze ene deal. Maar zo'n structuur opzetten duurt minimaal zes weken en moet volledig op orde zijn vóór het eerste contract getekend wordt.
Als je de verkeerde keuze maakt — of helemaal geen keuze — kun je dus van een €60.000-kans een €120.000-probleem maken. Het moment voor juridisch advies is niet nádat het conflict er is, maar vóór de eerste handtekening.
Wat een advocaat in dit geval kan doen
Een advocaat gespecialiseerd in sportrecht begint met een contractreview: wat staat er exact in het spelerscontract over beeldrechten, exclusiviteitsverplichtingen en commerciële activiteiten buiten de club? Vervolgens worden de KNVB-kaderovereenkomst en eventuele bestaande sponsordeals vergeleken op conflicterende bepalingen.
Bij jonge spelers die doorbreken — en dat is precies de situatie waar Zechiël nu in zit — zijn de meest voorkomende aandachtspunten:
- Ontbrekende of te brede exclusiviteitsbepalingen in het spelerscontract
- Geen aparte B.V. voor sponsorinkomsten, waardoor alle deals direct als arbeidsinkomen worden belast
- Geen addendum over beeldrechten, waardoor de standaardsituatie geldt (club heeft brede aanspraken)
- Onduidelijkheid over wat de KNVB mag publiceren en voor welke doeleinden
Zechiël beschikt naar verluidt over professionele begeleiding. Maar voor veel jonge spelers op het niveau net onder de Eredivisie begint die begeleiding te laat — pas nadat het eerste grote contract al zonder tegenlezing is getekend.
Wanneer is het juiste moment?
Sportrechtadvocaten adviseren consistent: het ideale moment voor een eerste juridisch gesprek is vóór de eerste contractverlenging, en zeker vóór de eerste sponsoronderhandeling. Niet pas wanneer er een conflict is.
Voor jonge voetballers — en hun ouders of begeleiders — zijn er drie momenten waarop juridisch advies onmisbaar is:
- Bij de eerste professionele contractverlenging — controleer beeldrechtbepalingen en exclusiviteitsclauses voordat je tekent, niet erna.
- Bij de eerste sponsorinteresse van buitenaf — laat checken of het aanbod conflicteert met bestaande verplichtingen richting club of bond.
- Bij de eerste interlandoproep — de KNVB-kaderovereenkomst treedt in werking en beïnvloedt direct wat je commercieel mag doen in de periode rondom het interland.
Het debuut van Gjivai Zechiël op 3 oktober 2026 is een mooie mijlpaal. Voor hem zelf, voor Feyenoord, en voor het Nederlandse voetbal. Maar het is ook een herinnering aan wat er op het spel staat als de juridische structuur niet klopt — en hoeveel geld en rust er te winnen valt als die structuur wél op orde is.
De informatie in dit artikel is van algemene aard en vervangt geen individueel juridisch advies. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor uw specifieke situatie.

Laura Hofman