Box 3: Eerste Kamer wil opheldering, en zo bewijst u nu al een lager rendement

Vrouw aan keukentafel bekijkt brief van de Belastingdienst en beleggingsoverzichten

Fotocredits

David David BakkerFinanciële Planning
6 min leestijd 14 oktober 2026

Wat gebeurt er met box 3 nu de Eerste Kamer op 5 oktober 2026 opheldering vroeg bij minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg? Kort gezegd: er is nog geen nieuwe wet, dus voor uw aangifte over 2025 en 2026 gelden de huidige regels. Wel ligt er sinds 29 september 2026 een gewijzigd kabinetsplan voor 2028, en dat raakt de keuzes die u nu maakt met uw spaargeld en beleggingen.

Welke vraag stellen Nederlanders nu over box 3?

De meeste lezers willen vooral weten: moet ik nu iets doen, of kan ik wachten tot de wet er is? Het antwoord bestaat uit twee delen. Voor de lopende jaren verandert er niets aan de spelregels, maar u heeft wel een instrument om te veel betaalde belasting te voorkomen. Voor de periode vanaf 2028 is nog niets definitief.

Het kabinet presenteerde op 29 september 2026 een aangepast plan. Volgens Habermehl, een belastingadviseur die het dossier volgt, zou de vermogenswinstbelasting zich uitstrekken tot alle financiële instrumenten, dus ook spaargeld en aandelen. Beleggingen worden dan pas belast bij verkoop, zoals onroerend goed dat nu al is. Rente, dividend en huur blijven jaarlijks belast.

Wat is er op 5 oktober 2026 besproken?

Op 5 oktober 2026 voerden minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg van Financiën een mondeling overleg met de commissie Financiën van de Eerste Kamer. Het verslag verscheen op 6 oktober 2026 op de site van de Eerste Kamer. Het ging over het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36.748).

Het kabinet vroeg op 2 oktober 2026 de Raad van State om spoedadvies over de aangekondigde novelle. Dat advies wordt eind oktober verwacht. Eerenberg wil de behandeling afronden "voordat we met zijn allen onder de kerstboom zitten".

Senatoren waren positief over de keuze voor één scenario, maar waarschuwden voor de uitvoerbaarheid. Er zijn volgens hen signalen dat banken en de Belastingdienst nog niet klaar zijn. Heinen zei dat de grens voor het belastingvrije bedrag niet definitief is. Bovendien komt er een apart wetsvoorstel om crypto in 2030 onder de vermogenswinstbelasting te brengen.

Wat staat er in het plan voor 2028?

Volgens de samenvatting van Habermehl, die op 1 oktober 2026 werd bijgewerkt, gaat het om de volgende punten:

  • Het belastingvrije resultaat daalt van € 1.800 naar € 1.000 per persoon.
  • Het tarief blijft 36%.
  • Voor niet-verhuurd onroerend goed komt een jaarlijkse toevoeging van 3,35% van de WOZ-waarde.
  • De Tweede Kamer nam het oorspronkelijke wetsvoorstel in februari 2026 aan. De Eerste Kamer stelde de stemming in juni 2026 uit, vooral vanwege de jaarlijkse belasting op papieren winst.
  • Beide Kamers moeten vóór 31 december 2026 instemmen om de startdatum 2028 te halen.

Voor 2027 circuleert bovendien een voorstel om het heffingsvrij vermogen te verlagen naar € 30.846 per persoon en het forfaitaire rendement op beleggingen te verhogen van 6,37% naar 7,87%. Dat onderdeel is omstreden, dus rekent u er niet blind op.

Wat betekent dit voor uw aangifte over 2026?

Zolang de nieuwe wet er niet is, blijft het forfaitaire stelsel gelden. Voor beleggingen geldt een fictief rendement van 5,88% over 2025 en 6,00% over 2026. Het heffingsvrij vermogen in 2026 is € 59.357 per persoon, ofwel € 118.714 voor fiscale partners. Het tarief is 36%.

Is uw werkelijke rendement lager dan dat forfait, dan kunt u dat bewijzen met het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR). De Belastingdienst past dan de voor u gunstigste berekening toe. Dit tegenbewijs kan voor elk jaar van 2017 tot en met 2027. Let op: ook niet-gerealiseerde waardeveranderingen tellen mee als rendement, en kosten zijn in beginsel niet aftrekbaar, behalve rente op schulden.

Rekenvoorbeeld: wat levert tegenbewijs op?

Neem een alleenstaande met € 250.000 aan beleggingen en geen schulden. In 2026 steeg de waarde van de portefeuille met € 5.000 en ontving de belegger € 2.000 aan dividend. Het werkelijke rendement bedraagt dus € 7.000, ofwel 2,8%.

Wat gebeurt er als hij alleen het forfait gebruikt? Het fictieve rendement is 6,00% van € 250.000, dus € 15.000. Omdat het heffingsvrij vermogen van € 59.357 buiten beschouwing blijft, wordt ongeveer 76,3% van dat bedrag belast: ruim € 11.400. Bij 36% is dat circa € 4.118 belasting.

Wat als hij het tegenbewijs aanlevert? Dan wordt het werkelijke rendement van € 7.000 op dezelfde wijze verdeeld: ongeveer € 5.338 belast, bij 36% circa € 1.922. Het verschil is dus ruim € 2.190 over één jaar.

Als het werkelijke rendement hoger uitvalt dan 6,00%, dan geldt het omgekeerde: dan blijft het forfait gewoon staan en betaalt u niet méér. Het is dus een optie zonder risico, mits u de administratie op orde heeft. Dit is een indicatieve berekening; uw situatie kan afwijken door schulden, een fiscaal partner of onroerend goed.

Een tweede variant maakt het verschil nog duidelijker. Stel dat dezelfde belegger in 2026 een koersverlies van € 3.000 had en € 2.000 dividend ontving. Dan is het werkelijke rendement negatief (– € 1.000) en komt er in beginsel geen box 3-heffing over dat jaar. Het forfait had € 4.118 gekost. Juist in jaren met koersdalingen loont het dus om het tegenbewijs te onderzoeken, ook als het formulier op het eerste gezicht veel werk lijkt.

Waar kan een adviseur het verschil maken?

Een financieel planner of fiscalist kijkt naar drie dingen die in het nieuws zelden aan bod komen.

Ten eerste de verdeling tussen partners. Fiscale partners mogen het vermogen vrij verdelen, wat kan lonen als de een veel meer vermogen heeft dan de ander. Volgens Accountancy Vanmorgen oordeelde de Hoge Raad in maart 2026 dat partners een eerder gekozen verdeling onder omstandigheden nog kunnen wijzigen, ook na de massaalbezwaarprocedure. Een rechtbank in Gelderland oordeelde in augustus 2026 juist dat een terugdraaiing van het fiscaal partnerschap via een te laat bezwaar niet meer kan. Termijnen zijn dus bepalend.

Ten tweede de administratie. Voor het OWR-formulier heeft u waardeoverzichten per 1 januari en 31 december nodig, plus alle ontvangen rente, dividend en huur. Bewaar bij vastgoed ook WOZ-waarden, huurdagen en verbouwingsfacturen.

Ten derde de timing. Wie overweegt om vermogen te verschuiven naar een bv of naar andere beleggingen vanwege 2028, moet eerst laten doorrekenen wat dat nu kost. Een verkoop vóór 2028 kan namelijk onder het huidige stelsel anders uitpakken dan erna.

Wat kunt u deze maand doen?

Er zijn vier praktische stappen, in volgorde van prioriteit.

  1. Haal de waardeoverzichten van uw bank- en beleggingsrekeningen van 1 januari 2026 op en bewaar die.
  2. Bereken of uw werkelijke rendement over 2025 en 2026 lager is dan het forfait van respectievelijk 5,88% en 6,00%.
  3. Kijk of u en uw partner het vermogen gunstig hebben verdeeld, en controleer de bezwaartermijnen.
  4. Doe geen onomkeerbare stappen op basis van het kabinetsplan. De Raad van State adviseert eind oktober, en de Eerste Kamer beslist daarna.

De uitkomst kan nog veranderen: Heinen zei zelf dat de grens van € 1.000 niet vaststaat. Wie nu zijn gegevens op orde heeft, kan snel schakelen als de wet er uiteindelijk komt.

Dit artikel is algemene informatie en geen persoonlijk belastingadvies. Raadpleeg een fiscalist of financieel planner voor uw situatie.

Meer context vindt u in ons eerdere artikel over het uitstel van de box 3-hervorming tot 2028 en in de analyse van de plannen van Eelco Heinen. Het volledige verslag van het overleg staat op de site van de Eerste Kamer.

Wilt u weten wat het tegenbewijs voor u oplevert? Zoek een financieel planner op ExpertZoom en laat uw box 3-aangifte controleren voordat u indient.

Fotocredits : Deze afbeelding is gegenereerd met kunstmatige intelligentie.

Voordelen

Snelle en nauwkeurige antwoorden op al uw vragen en hulpverzoeken in meer dan 200 categorieën.

Duizenden gebruikers hebben een tevredenheid van 4,9 op 5 behaald voor het advies en de aanbevelingen van onze assistenten.

Neem contact met ons op

E-mail
Volg ons