Meer dan 250.000 Nederlandse werknemers en zelfstandigen werken regelmatig tijdelijk in andere EU-landen. Zij zijn allemaal wettelijk verplicht een A1-certificaat bij zich te dragen — een document dat bewijst dat zij in Nederland sociaal verzekerd blijven en geen premies hoeven te betalen in het gastland. Op 7 juli 2026 keurde het Europees Parlement ingrijpende wijzigingen goed van de EU-verordening voor sociale zekerheidscoördinatie. De gevolgen voor Nederlandse ZZP'ers en werkgevers zijn groot: wie nu niet in orde is, riskeert forse naheffingen en juridische complicaties aan weerszijden van de grens.
Wat is een A1-certificaat en wie heeft het nodig?
Een A1-certificaat is een Europees document dat aantoont welk land bevoegd is voor uw sociale zekerheid wanneer u tijdelijk in een ander EU- of EER-land of Zwitserland werkt. Zonder dit certificaat kan het gastland stellen dat u daar premies moet afdragen — ook als u dat al in Nederland doet. Het gevolg: dubbele premieafdrachten, naheffingen en een tijdrovende bezwaarprocedure.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) geeft het A1-certificaat gratis af. Een aanvraag via svb.nl duurt gemiddeld vijf werkdagen. Toch laat een groot deel van de Nederlandse werknemers en ZZP'ers die regelmatig internationaal werken, het document liggen.
Het certificaat is verplicht voor vrijwel iedere grensoverschrijdende werksituatie. Dat geldt voor werknemers die hun werkgever tijdelijk uitleent aan een buitenlands filiaal of klant, voor ZZP'ers die opdrachten uitvoeren in een ander EU-land, voor mensen die in meerdere EU-landen tegelijk actief zijn, en zelfs voor personen die tijdens een congres of klantbezoek ook maar één dag inhoudelijk werken in het buitenland.
Landen als Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland controleren het A1-certificaat actief bij grensovergangen en tijdens werkinspecties op locatie. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt via het Meldloket toezicht op de registratie van buitenlandse werknemers in Nederland. Ontbreekt het A1, dan kan een boete al bij de eerste controle worden opgelegd.
Wat verandert er door de nieuwe EU-regels van 2026?
Op 7 juli 2026 keurde het Europees Parlement de herziening goed van EU-verordening 883/2004 over de coördinatie van sociale zekerheidsstelsels. De basis voor die wijziging lag al in een politiek akkoord van 23 april 2026 dat de Cypriotische EU-voorzitter, de Europese Commissie en het Parlement bereikten. Zodra de tekst in het Publicatieblad van de EU verschijnt, begint een overgangstermijn van 24 maanden.
De meest ingrijpende wijziging: de A1 moet worden aangevraagd vóór de detachering begint. Op dit moment is het wettelijk nog mogelijk om een A1 achteraf aan te vragen — een gat waarvan veel werkgevers gebruik maken. Dat verandert.
Twee nieuwe vereisten zijn bijzonder relevant:
Drie maanden voorafgaande verzekering. Een werknemer of ZZP'er moet minstens drie maanden in Nederland verzekerd zijn geweest voordat hij of zij een A1 kan aanvragen. Wie een nieuwe medewerker direct na indiensttreding naar het buitenland stuurt, loopt straks het risico dat het A1 wordt geweigerd.
Twee maanden tussenperiode. Na het verstrijken van de maximale detacheringstermijn van 24 maanden kan een werknemer pas na ten minste twee maanden opnieuw worden gedetacheerd naar hetzelfde EU-land. Dit sluit een constructie af waarbij ononderbroken detachering werd omgezet in korte herplaatsingen.
Voor de bouwsector gelden aanvullende beperkingen: de algemene uitzondering voor kortdurende klussen van maximaal drie aaneengesloten werkdagen geldt níet in de bouw. Bouwwerkgevers moeten altijd vooraf een A1 aanvragen, ongeacht de duur van de klus.
KPMG adviseerde werkgevers in mei 2026 in een specifiek flash alert (FA 2026-120) om A1-aanvragen direct in bestaande HR-workflows te integreren, zodat het document automatisch klaarligt zodra een werknemer wordt ingepland voor buitenlandse werkzaamheden.
Naheffing van €25.000 door één ontbrekend document
Neem de situatie van Lars, een 38-jarige zelfstandig IT-consultant uit Amsterdam. Lars heeft een meerjarig contract met een softwarebedrijf in Hamburg en werkt drie weken per maand in Duitsland voor projectwerkzaamheden. Hij factureert vanuit zijn Nederlandse eenmanszaak en draagt hier zijn belasting en premies af.
Wat Lars niet wist: hij had al bij zijn allereerste werkdag in Hamburg een geldig A1-certificaat moeten hebben. Hij heeft dat nooit aangevraagd.
Stel dat de Deutsche Rentenversicherung een reguliere compliance-controle uitvoert bij het Hamburgse bedrijf. Lars' naam staat in de projectadministratie als externe consultant, maar er is geen A1 op zijn naam.
Scenario zonder A1: De Deutsche Rentenversicherung stelt dat Lars in Duitsland sociaal verzekerd had moeten zijn voor alle werkdagen aldaar. Bij drie werkweken per maand over 12 maanden zijn dat circa 144 werkdagen. Bij een uurtarief van €95 en een werkdag van acht uur levert dat een honorarium op van circa €109.000 per jaar. Het werkgeversaandeel in de sociale premies in Duitsland bedraagt circa 20 procent — wat uitkomt op een potentiële naheffing van €15.000 tot €22.000 over één enkel jaar. Daar komen rente, administratiekosten en juridische begeleiding nog bij, waardoor de totale schade kan oplopen tot €25.000 of meer.
Scenario met A1: Lars vraagt vóór zijn eerste werkdag gratis het A1 aan bij de SVB. Nederland blijft bevoegd voor zijn sociale zekerheid. De controle in Hamburg levert slechts een korte verificatie op en Lars werkt probleemloos verder.
Het verschil: een gratis aanvraag van vijf minuten via svb.nl, versus een naheffingstraject dat maanden duurt en tienduizenden euro's kan kosten. Wil Lars bezwaar maken, dan heeft hij in de Nederlandse context zes weken (artikel 6:7 Awb). De Duits-juridische procedure vergt echter aparte begeleiding. Een advocaat gespecialiseerd in EU-arbeidsrecht rekent voor dit soort grensoverschrijdende zaken al snel €1.500 tot €3.500 aan honorarium.
Meldplicht én A1: twee afzonderlijke verplichtingen
Naast het A1-certificaat heeft Nederland een eigen meldplicht voor buitenlandse werkgevers die personeel naar Nederland sturen. Die melding moet vóór de start van het werk gedaan zijn via het Meldloket van de Arbeidsinspectie. De Nederlandse opdrachtgever is mede verantwoordelijk: die moet controleren of de melding aanwezig en correct is, en eventuele onjuistheden melden.
Ontbreken zowel de melding als het A1, dan kan de Arbeidsinspectie beide overtredingen gelijktijdig beboeten. Bij herhaling lopen de boetes op.
Diezelfde logica geldt voor Nederlandse werkgevers die personeel naar het buitenland sturen. Landen als België (LIMOSA), Frankrijk (SIPSI) en Duitsland (SOKA-BAU voor de bouw) hebben elk hun eigen registratiesystemen. Het A1 en de lokale meldplicht zijn twee losstaande verplichtingen die apart geregeld moeten worden. Wie alleen het A1 regelt maar de lokale melding vergeet, kan ondanks het A1 toch een boete krijgen.
Vier stappen die u nu al kunt zetten
De nieuwe EU-verordening is nog niet van kracht — de 24-maanden overgangstermijn begint pas na publicatie in het EU Publicatieblad. Maar de handhaving loopt nú al op in Duitsland, België en Oostenrijk. De volgende stappen kunt u direct zetten:
1. Vraag de A1 altijd vóór vertrek aan bij de SVB. De aanvraag is gratis en duurt gemiddeld vijf werkdagen. Sla het document op in een digitale map die u bij elke buitenlandse opdracht raadpleegt.
2. Controleer de verzekeringshistorie van nieuwe werknemers. De komende EU-regel vereist drie maanden aantoonbare Nederlandse verzekering vóór de A1 kan worden aangevraagd. Integreer dit in uw onboardingproces.
3. Inventariseer de meldplicht per gastland. Buiten het A1 hebben de meeste EU-landen een eigen meldingssysteem. Werk nooit in het buitenland zonder beide verplichtingen te hebben nagelopen.
4. Schakel een specialist in bij twijfel. De regels verschillen per land, per sector en per type werkverhouding. Een advocaat gespecialiseerd in EU-arbeidsrecht of internationale sociale zekerheid kan uw situatie doorlichten voordat een inspecteur op de stoep staat.
Meer informatie over de Nederlandse A1-procedure voor ondernemers en werkgevers vindt u op de officiële pagina van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
Wilt u weten wat de nieuwe EU-regels betekenen voor uw specifieke detacheringssituatie? Lees ook hoe andere Europese sociale zekerheidswijzigingen uw rechten beïnvloeden: Zes maanden WW meenemen naar het EU-buitenland: de nieuwe regels uitgelegd.
Dit artikel biedt algemene informatie en vormt geen juridisch of fiscaal advies. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat of belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Sophie Bosch