Op 7 oktober 2026 bevestigt de Rechtbank Gelderland een reeks veroordelingen voor de gewelddadige vechtpartij bij Café De Passage aan de Zuiderzeestraatweg in Wezep, waarbij vijf mensen ernstig werden neergestoken. De zaak trekt opnieuw aandacht na nieuwe gerechtelijke stappen tegen de veroordeelden in 2026. Nu de vonnissen vast staan, rijst voor slachtoffers van horecageweld een urgente vraag: welke rechten heeft u, en hoeveel tijd heeft u nog om schadevergoeding te claimen?
Terug in het nieuws: de Wezep-zaak
De vechtpartij bij Café De Passage in Wezep liet destijds een schokgolf door de gemeente Oldebroek trekken. Tijdens een uit de hand gelopen ruzie werden vijf mannen ernstig neergestoken; vier van hen moesten naar het ziekenhuis. De burgemeester sloot het café onmiddellijk met gebruikmaking van haar bevoegdheid onder artikel 174 van de Gemeentewet. Bijzonder aan de zaak: aanvankelijk wilde vrijwel niemand in het café praten. De politie botste op een muur van stilzwijgen, wat het onderzoek aanmerkelijk bemoeilijkte.
In 2026 is de zaak opnieuw voor de rechter gekomen, ditmaal in het kader van tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen. Volgens een vonnis van de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2026:4568) worden de veroordeelden nu ook geconfronteerd met de gevolgen van het schenden van hun proeftijdvoorwaarden. Dit maakt de zaak actueel voor iedereen die zich afvraagt: wat kan ik als slachtoffer van horecageweld eigenlijk claimen?
Twee routes naar schadevergoeding
Voor slachtoffers van geweldsmisdrijven in Nederland bestaan er twee complementaire routes, en de meeste mensen kennen er maar één.
Route 1: De voegingsprocedure in het strafproces
Op grond van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kunnen slachtoffers zich als benadeelde partij voegen in de strafzaak. De strafrechter behandelt dan ook uw civiele schadeclaim. Als de rechter de vordering toewijst, legt hij tevens een schadevergoedingsmaatregel op: het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) zorgt voor de inning, en als de dader niet betaalt, schiet de overheid voor.
Dit is een krachtig instrument dat veel slachtoffers nooit gebruiken — simpelweg omdat ze niet weten dat het bestaat. Voeging moet vóór de inhoudelijke behandeling van de zaak worden aangevraagd; na een vonnis is dat venster gesloten.
Route 2: Het Schadefonds Geweldsmisdrijven
Als de dader onvindbaar is, niet kan betalen of de veroordeling onvoldoende zekerheid biedt, bestaat het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dit overheidsloket kent vergoedingen toe van maximaal €35.000 voor ernstig lichamelijk letsel en maximaal €5.000 voor psychisch letsel, ongeacht of de dader betaalt. De aanvraag staat open tot tien jaar na het delict, maar slachtoffers doen er verstandig aan niet te wachten: een afgeronde strafzaak versnelt de behandeling aanzienlijk, omdat het opzet dan al vaststaat.
Volgens het jaarverslag 2025 van het fonds werden meer dan 7.800 aanvragen ingediend, waarvan bijna 70 procent werd gehonoreerd. De gemiddelde uitkering voor ernstig lichamelijk letsel bedroeg in dat jaar €9.200. Dat geld ligt op tafel voor iedereen die de aanvraag invult — maar het fonds belt u niet op.
Groepsaansprakelijkheid: het artikel dat alles verandert
Een element dat in horecageweld-zaken van doorslaggevend belang kan zijn, is artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek: groepsaansprakelijkheid. Dit artikel bepaalt dat alle deelnemers aan een gezamenlijke onrechtmatige daad hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de totale schade, ook als niet exact kan worden vastgesteld welke persoon welke verwonding heeft veroorzaakt.
Concreet: in de Wezep-zaak zijn meerdere mannen veroordeeld voor verschillende rollen in het geweld. Zelfs als de man die u stak inmiddels insolvent is, kunt u de meest solvabele veroordeelde aanspreken voor het volledige bedrag. Hoofdelijkheid betekent dat u kiest wie u aanspreekt — niet de dader.
Dit is ook de reden waarom een advocaat in dit soort zaken veel meer kan opleveren dan de kosten die hij maakt.
Wat kunt u als slachtoffer realistisch verwachten?
Stel: u bent een van de vijf slachtoffers van de steekpartij in Wezep. U bent 31 jaar oud, werkt als magazijnmedewerker en ontving een steekwond aan uw onderarm die operatief moest worden behandeld. Door uw verwonding bent u drie weken arbeidsongeschikt geweest en heeft u zes weken fysiotherapie gevolgd.
Uw schadeposten zien er als volgt uit:
| Schadepost | Bedrag |
|---|---|
| Medische kosten (spoedeisende hulp, operatie, fysiotherapie) | €2.100 |
| Inkomstenderving (3 weken × €830 nettoloon) | €2.490 |
| Reiskosten behandeling en administratiekosten | €380 |
| Immateriële schade (smartengeld steekwond arm) | €8.000–€14.000 |
| Totaal | €12.970–€18.970 |
Het smartengeld voor een steekwond in het bovenlichaam of arm ligt in Nederland doorgaans tussen de €8.000 en €20.000, afhankelijk van de ernst, blijvende beperkingen en psychisch letsel. De Smartengeldgids van de ANWB geeft hiervoor de referentiebedragen; rechters hanteren deze als richtsnoer.
Het if/then:
- Zonder juridisch advies dient u mogelijk alleen een formulier in bij het Schadefonds voor de minimale uitkering, of u mist de voegingsprocedure volledig. Realistische opbrengst: €1.000–€4.000.
- Met juridisch advies worden alle schadeposten nauwkeurig onderbouwd, wordt groepsaansprakelijkheid ingeroepen en wordt zowel de voegingsprocedure als het Schadefonds optimaal benut. Realistische opbrengst: €12.970–€18.970.
Het verschil — mogelijk meer dan €15.000 — hangt af van het kennen van de juiste procedures. Een advocaat gespecialiseerd in slachtofferrecht rekent doorgaans €150–€250 per uur; wie in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand (in 2026: inkomen onder €32.700 voor alleenstaanden), betaalt via de Raad voor Rechtsbijstand slechts een eigen bijdrage van €26 tot €210 voor de volledige begeleiding.
Is het café zelf ook aansprakelijk?
Een onderbelicht aspect van horecageweld-zaken is de mogelijke aansprakelijkheid van de horecaondernemer. De Drank- en Horecawet legt exploitanten een zorgplicht op jegens hun bezoekers. Als een café-eigenaar onvoldoende toezicht hield, geen portier had ingeschakeld, eerdere conflicten gedoogde of naliet de politie te bellen bij de eerste tekenen van agressie, kan hij mede aansprakelijk worden gesteld op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).
In de Wezep-zaak vond het geweld deels buiten het café plaats, maar de aanleiding lag binnen de inrichting. Als documentatie beschikbaar is over de gang van zaken binnen het café — verklaringen van andere gasten, camerabeelden of WhatsApp-berichten die eerder aan de politie zijn overhandigd — kan een advocaat beoordelen of een aansprakelijkheidsstelling jegens de exploitant kans van slagen heeft. Dit pad is minder vanzelfsprekend maar kan een aanvulling bieden op wat u via de strafzaak recovert.
Meer informatie over uw rechten bij geweld in horecagelegenheden en de werking van het Schadefonds vindt u op de officiële pagina van Rechtbank Gelderland over de veroordeling in de Wezep-zaak. Meer achtergrondinformatie over slachtofferrechten in vergelijkbare steekincidenten vindt u in onze analyse van de steekpartij in Schiedam en slachtofferrechten in 2026.
De klok tikt: wat u nu kunt doen
De veroordeling in de Wezep-zaak is opnieuw in het nieuws — en dat is precies het goede moment om uw eigen positie te beoordelen als u betrokken was bij vergelijkbaar horecageweld.
Concrete stappen:
- Documenteer uw schade volledig: medische rapporten, facturen, verklaringen van behandelaars, loonstroken en een schriftelijke beschrijving van de impact op uw dagelijks leven. Elk document dat u nu vastlegt, is straks bewijsmateriaal.
- Vraag de stand van zaken op bij de politie of het OM: als er een strafzaak loopt, kunt u zich als benadeelde partij aanmelden via slachtofferloketten.
- Dien een aanvraag in bij het Schadefonds: dit kunt u zelf doen via schadefonds.nl zonder advocaat, maar professionele begeleiding verhoogt de kans op de maximale uitkering aanzienlijk.
- Vraag gesubsidieerde rechtsbijstand aan: via de Raad voor Rechtsbijstand (rvr.org) als uw inkomen onder de drempel ligt — bij ernstig letsel is dit bijna altijd de moeite waard.
- Handel binnen drie jaar: de civiele verjaringstermijn van artikel 3:310 BW begint te lopen zodra u weet wie aansprakelijk is. De veroordeling is het startpunt.
De ervaring in zaken als die in Wezep leert dat slachtoffers die professionele begeleiding zoeken gemiddeld een twee- tot viervoudig hogere vergoeding ontvangen dan zij die dat niet doen. Een advocaat gespecialiseerd in slachtofferrecht kan in een eerste consult beoordelen welke route het meest oplevert — en of de kosten opwegen tegen de verwachte opbrengst.
Disclaimer: Dit artikel biedt algemene juridische informatie en is geen persoonlijk rechtsadvies. Raadpleeg een gekwalificeerde advocaat voor begeleiding in uw specifieke situatie.

Laura Hofman