Vanaf 1 januari 2027 start de Nederlandse overheid een uniek experiment: maximaal tweehonderd basisscholen en kinderdagverblijven mogen peuters (2-4 jaar) en kleuters (4-6 jaar) voortaan samen opvangen in één gemengde groep. Voor veel ouders klinkt dat als goed nieuws — minder overgangen voor hun kind, meer continuïteit in de opvang. Maar het roept ook een urgente vraag op: is mijn peuter qua ontwikkeling klaar voor zo'n intensieve, gemengde setting? En wanneer is het verstandig om vóór 2027 een specialist te raadplegen?
Wat het peuter-kleutergroep-experiment inhoudt
Momenteel vallen peuters onder de Wet kinderopvang en kleuters onder de Wet op het primair onderwijs — twee aparte wettelijke kaders met eigen regels voor groepsgrootte, pedagogische aanpak en verantwoording. Het geplande experiment doorbreekt die scheiding tijdelijk.
De aanvraagperiode voor deelnemende scholen en kindercentra loopt naar verwachting in het najaar van 2026. Geselecteerde instellingen mogen vier jaar lang — met een mogelijke verlenging van twee jaar — gezamenlijke peuter-kleutergroepen aanbieden. De overheid laat hierbij specifiek onderzoeken of de ontwikkeling, het welzijn en de betrokkenheid van beide leeftijdsgroepen gebaat zijn bij deze integratie. Pas als het experiment succesvol blijkt, volgt permanente wetgeving.
Voor ouders betekent dit: uw peuter kan in 2027 terechtkomen in een setting die fundamenteel anders is dan het huidige kinderdagverblijf. In zo'n gemengde groep werken peuters en kleuters zij aan zij — kinderen die twee tot drie jaar verder zijn in taal, motoriek en sociaal denken. Dat kan enorm stimulerend zijn. Maar alleen als de peuter er qua ontwikkeling enigszins voor uitgerust is.
Wat er in 2026 al verandert voor kinderopvang
Naast het aankomende experiment zijn er in 2026 al aanzienlijke wijzigingen doorgevoerd. Per 1 september 2026 zijn salarissen in de kinderopvang met 1,5% gestegen dankzij de Cao Kinderopvang 2025-2026. Tegelijkertijd zijn de maximale uurtarieven voor de kinderopvangtoeslag met 4,84% geïndexeerd.
Ouders met een toetsingsinkomen tussen €49.319 en €56.413 ontvangen nu het maximale vergoedingspercentage van 96%, waardoor professionele kinderopvang voor meer gezinnen bereikbaar wordt. Wie binnenkort een peuterplaats zoekt of wil weten hoe de toeslag werkt in aanloop naar het 2027-experiment, vindt actuele informatie via de Rijksoverheid kinderopvang-pagina.
De ontwikkelingsmijlpalen die elke ouder moet kennen
Het experiment brengt peuters in contact met kleuters die al volledige zinnen vormen, voorbereidende leesactiviteiten doen en complexe spelregels begrijpen. Dat vraagt om een stevige basis bij de peuter zelf.
Kinderartsen en medewerkers van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) hanteren vaste mijlpalen voor de peuterleeftijd:
Op 2 jaar: een peuter gebruikt doorgaans minimaal 50 woorden en combineert twee woorden tot een zin ("mama eten", "auto weg"). Begrijpen gaat voor spreken uit: het kind snapt eenvoudige opdrachten, wijst lichaamsdelen aan en reageert op zijn naam.
Op 2,5 jaar: de actieve woordenschat loopt op naar 200-300 woorden. Zinnen worden langer (drie tot vier woorden). Het kind stelt vragen met "wat?" en "wie?", begrijpt concepten als "groot/klein" en "boven/onder", en toont duidelijke voorkeuren in spel.
Op 3 jaar: volledige zinnen van vier tot vijf woorden, gebruik van verleden tijd, en primitieve verhaalvertelling. Onbekende volwassenen begrijpen nu circa 75% van wat het kind zegt. Motorisch: traplopen wisselbeens, huppelen, springen op twee benen, een cirkel tekenen.
Achterstand op meerdere domeinen tegelijkertijd is een signaal om niet te wachten — ook niet met de gedachte dat het vanzelf overgaat.
Als jouw peuter van 32 maanden slechts 80 woorden spreekt
Stel: uw peuter is 2 jaar en 8 maanden oud (32 maanden). Hij gebruikt actief zo'n 80 woorden — terwijl de verwachte norm voor deze leeftijd op circa 200 woorden ligt. U denkt: "hij is een jongen, jongens praten wat later." Dat klopt deels — jongens beginnen gemiddeld drie tot vier weken later met spreken dan meisjes. Maar een achterstand van meer dan 50% ten opzichte van de leeftijdsnorm is geen reden tot afwachten.
Als deze peuter in januari 2027 in een peuter-kleutergroep terechtkomt terwijl zijn taalontwikkeling nog niet op niveau is, loopt hij het risico achter te raken bij kleuters die al verhalen vertellen en spelletjes met taalregels spelen. Dat kan leiden tot frustratie, teruggetrokken gedrag en een negatief zelfbeeld — op een leeftijd waarop juist de basis voor schoolse motivatie en sociale vaardigheden wordt gelegd.
De aanbevolen actie hangt af van de mate van achterstand:
- Achterstand van 10-20%: extra stimulering thuis (voorlezen, zingen, benoemen) en overleg met consultatiebureau
- Achterstand van 20-40%: doorverwijzing naar logopedist; gemiddeld 3-6 maanden behandeling, kosten €60-€120 per sessie (deels vergoed via aanvullende zorgverzekering)
- Achterstand van meer dan 40%: directe doorverwijzing naar kinderarts voor multidisciplinaire beoordeling, bij voorkeur vóór het derde levensjaar
Hoe vroeger een specialist ingeschakeld wordt, hoe groter de kans op volledig herstel vóór schoolleeftijd. De hersenplasticiteit is maximaal vóór het vierde jaar — dit venster is beperkt en niet te hervangen. Laat dit moment niet onbenut.
Sociaal-emotionele signalen die ouders niet mogen missen
Naast taal en motoriek speelt sociaal-emotionele ontwikkeling een cruciale rol, zeker in gemengde groepen met kleuters. Peuters leren tussen hun tweede en derde jaar empathie, beurt afwachten en zelfregulatie. Signalen die professionele aandacht verdienen:
- Geen of nauwelijks oogcontact na 18 maanden
- Geen functioneel speelgoed-spel (auto rijden, pop voeden) na 2 jaar
- Herhaaldelijk, obsessief of rigide gedrag na 2 jaar
- Hevige driftbuien (langer dan 25 minuten) meerdere keren per dag na 2,5 jaar
- Sterke overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels — geluid, aanraking, licht — na 2 jaar
Bij twee of meer van deze signalen tegelijkertijd is een vroege screening op een ontwikkelingsstoornis zoals autismespectrumstoornis (ASS) of ADHD zinvol. De wachttijden bij gespecialiseerde diagnostische centra lopen in 2026 gemiddeld op tot 9 maanden. Dat betekent: als u nú een verwijzing aanvraagt, kan de beoordeling plaatsvinden ruim vóór de start van het experiment in 2027.
Ouders die eerder te maken hadden met vroeggeboorte of een medisch kwetsbare start, lopen een verhoogd risico op ontwikkelingsachterstanden bij hun kind. Lees meer over professionele ondersteuning bij deze kwetsbare groep in ons artikel over prematuur geboren kinderen en wanneer ouders hulp nodig hebben.
Nu handelen: drie concrete stappen vóór 2027
Het experiment begint op 1 januari 2027, maar de aanvraagperiode voor deelnemende instellingen loopt al dit najaar van 2026. De komende maanden zijn daarmee het ideale moment voor een professionele ontwikkelingsbeoordeling — ruim voordat uw peuter mogelijk instroomt in een gemengde groep.
Stap 1: Plan een extra JGZ-consult Buiten de vaste contactmomenten om kunt u gratis een afspraak maken bij het consultatiebureau. Stel gerichte vragen over taal, motoriek en gedrag van uw peuter in relatie tot de leeftijdsnorm, en vraag expliciet naar de voorbereiding op gemengde groepen.
Stap 2: Vraag tijdig een doorverwijzing aan Bij twijfel over taalontwikkeling: vraag uw huisarts of JGZ-medewerker om een verwijsbrief voor een logopedist of kinderarts. Wacht hiermee niet tot uw kind naar de basisschool gaat — behandeling heeft gemiddeld 6 tot 12 maanden nodig om effect te laten zien.
Stap 3: Raadpleeg een gezondheidsspecialist via ExpertZoom Via ExpertZoom kunt u direct een specialist raadplegen die uw situatie beoordeelt en u wegwijs maakt in het beschikbare zorgaanbod. Of het nu gaat om een taalachterstand, motorische signalen of gedragszorgen — vroegtijdig professioneel advies maakt een meetbaar verschil in de ontwikkeling van uw kind.
Dit artikel is informatief van aard en vervangt geen medisch advies. Raadpleeg bij zorgen over de ontwikkeling van uw kind altijd een bevoegde arts of zorgspecialist.

Maria Bakker