Meer dan 231 medewerkers bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) hebben in 2026 hun baan verloren. De NPO — moederorganisatie van NOS, NTR en de omroepverenigingen — voert een ingrijpende reorganisatie door: tachtig extra functies worden dit jaar geschrapt, als voorschot op een structurele bezuiniging van ruim 112 miljoen euro die vanaf 2027 doorwerkt. Voor iedereen die bij of voor NOS werkt, rijst nu één urgente vraag: wat zijn mijn rechten?
De reorganisatie bij NPO: wat er in 2026 speelt
De bezuinigingen zijn al langer op komst, maar de impact wordt dit jaar concreet voelbaar. Voor 2026 bezuinigt de NPO alvast 32 miljoen euro — een voorschot op de structurele korting die door het kabinet was aangekondigd. Dat vertaalt zich in harde keuzes: populaire programma's zoals NOS Studio Voetbal en Andere Tijden Sport verdwijnen van de buis. Interne directieposten worden geschrapt. En de redacties van meerdere omroepen worden verkleind.
Vakblad Villamedia houdt bij dat er inmiddels ruim 231 banen zijn verdwenen bij de Nederlandse Publieke Omroep, verspreid over NOS, BNNVARA, KRO-NCRV en andere omroepverenigingen. De reorganisatie bij de NPO zelf voegt hier nog eens tachtig functies aan toe, een proces dat gedurende 2026 wordt uitgerold.
Freelancers — die een groot deel van de redactionele productie voor hun rekening nemen — worden in mediaberichten omschreven als het "stille leed" van de bezuinigingen. Contracten worden niet verlengd, opdrachten lopen terug, soms zonder formele aanzegging. Dat maakt hun rechtspositie ingewikkelder dan die van vaste medewerkers, maar niet noodzakelijkerwijs zwakker.
Welke wettelijke bescherming heeft vast NPO-personeel?
Bij een collectief ontslag — meer dan twintig medewerkers binnen drie maanden in hetzelfde werkgebied — is de werkgever verplicht de vakbonden en het UWV vooraf te melden. Dat geldt ook voor de NPO. Pas na deze melding en een verplichte raadplegingsperiode van één maand mogen ontslagprocedures starten. Wie zonder die melding wordt ontslagen, heeft recht op herstel van de arbeidsovereenkomst of een aanvullende schadevergoeding.
Vaste medewerkers die worden ontslagen via het UWV hebben recht op een transitievergoeding: een derde maandsalaris per volledig dienstjaar. In 2026 is het wettelijke maximum 94.000 euro bruto, of één jaarsalaris als dat hoger uitvalt. Bovendien geldt een opzegtermijn die afhankelijk is van de duur van het dienstverband — bij acht jaar dienst is dat twee maanden.
Wie meent dat de reorganisatie als excuus wordt gebruikt voor een ander ontslagmotief — slecht functioneren, conflict — kan de ontslaggrond aanvechten bij de kantonrechter. De rechter kan dan een billijke vergoeding toekennen bovenop de transitievergoeding, als bewezen is dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.
Afspiegeling en UWV: hoe de selectieprocedure werkt
De werkgever mag niet zomaar zelf kiezen wie er weg moet. De wet schrijft het afspiegelingsbeginsel voor: ontslagen worden verdeeld over leeftijdscategorieën (15-25, 25-35, 35-45, 45-55, 55+) per uitwisselbare functiegroep. Binnen elke categorie gaat degene met het kortste dienstverband als eerste.
Functies zijn "uitwisselbaar" als ze qua inhoud, vereiste kennis en vaardigheden, en beloning vergelijkbaar zijn. Een televisieredacteur en een online redacteur bij NOS kunnen als uitwisselbaar worden beschouwd als hun taken grotendeels overlappen — dat is een feitelijke beoordeling die in een geschil aan de rechter wordt voorgelegd.
Als een medewerker vermoedt dat dit beginsel niet correct is toegepast — bijvoorbeeld omdat een jongere collega met minder dienstjaren in dezelfde functiegroep is gebleven — kan zij bezwaar indienen bij het UWV. Dat bezwaar moet worden ingediend binnen twee maanden na de toestemming of het ontslag. Laat die termijn verstrijken, dan vervalt het recht.
Een sociaal plan dat door de ondernemingsraad of vakbonden is overeengekomen, kan aanvullende afspraken bevatten, zoals langere opzegtermijnen, outplacementbudget of herplaatsingsrecht bij andere omroepen. Maar: een sociaal plan mag nooit minder bieden dan de wettelijke minimumaanspraken. Is het plan nadeliger dan de wet, dan heeft de werknemer gewoon recht op het wettelijke minimum.
Een NOS-redacteur van acht jaar: zo ziet de rekening eruit
Stel: een redacteur trad in januari 2018 in vaste dienst bij NOS, in schaal 10 van de CAO Publieke Omroep, met een brutosalaris van 3.900 euro per maand. In september 2026 ontvangt zij een brief: haar functie wordt opgeheven wegens reorganisatie, herplaatsing is niet mogelijk.
Wat heeft zij wettelijk recht op?
- Transitievergoeding: 8 dienstjaren × (1/3 × 3.900 euro) = 10.400 euro bruto
- Opzegtermijn: twee maanden (wettelijk bij 8 jaar dienstverband); die loopt als betaalde periode door of wordt afgekocht
- WW-uitkering: bij een arbeidsverleden van acht jaar heeft zij recht op maximaal 24 maanden WW; de eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75% van het dagloon, daarna 70%
Als het afspiegelingsbeginsel niet correct werd toegepast — een collega in dezelfde leeftijdscategorie en functiegroep met minder dienstjaren is toch gebleven — dan kan zij bezwaar maken bij het UWV. Bij gegrond bezwaar kan de ontslagtoestemming worden ingetrokken, waarna haar dienstverband hersteld wordt of er een aanvullende schadevergoeding volgt.
Als het sociaal plan een lagere vergoeding bevat dan de wettelijke transitievergoeding van 10.400 euro, heeft zij recht op het wettelijke bedrag. Het plan kan niet ten nadele van de wet afwijken.
Freelancers bij NPO: schijnzelfstandigheid in het vizier
Freelancers hebben in beginsel geen recht op WW of transitievergoeding bij het einde van een opdracht. Maar de grens tussen zelfstandig ondernemer en werknemer is in 2026 scherper dan ooit in beeld.
De Wet DBA — de wet die schijnzelfstandigheid moet aanpakken — wordt dit jaar actief gehandhaafd door de Belastingdienst. Dat betekent: wie als freelancer structureel voor één opdrachtgever werkt, dezelfde werktijden aanhoudt als vaste collega's en weinig autonomie heeft in de uitvoering, loopt het risico als verkapt werknemer te worden aangemerkt. Voor de NPO als opdrachtgever ontstaat dan een naheffingsrisico voor loonbelasting en sociale premies. Voor de freelancer betekent het dat hij of zij mogelijk aanspraak kan maken op achterstallig loon, vakantiegeld én WW.
De Hoge Raad oordeelde in het Deliveroo-arrest (24 maart 2023) dat het label op het contract niet doorslaggevend is: de feitelijke omstandigheden bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Drie elementen tellen: arbeid, loon en gezag. Wie voor NOS een jarenlange vaste werkrelatie had, vijf dagen per week op locatie, onder directe redactionele aansturing, heeft een serieuze kans om als werknemer te worden erkend.
Als een freelancercontract simpelweg niet wordt verlengd en er geen sprake is van schijnzelfstandigheid, is er in principe geen rechtsmiddel — tenzij er aantoonbaar discriminatoire motieven speelden of er een mondelinge verlengingstoezegging was gedaan. In het laatste geval kan een schadeclaim worden ingediend op grond van gerechtvaardigd vertrouwen.
Praktisch advies voor zzp'ers bij de NPO: zorg dat u uw opdrachtovereenkomsten, de feitelijke werkwijze en communicatie met de redactie documenteert. Bij een geschil over uw status is schriftelijk bewijs van uw zelfstandigheid — of het ontbreken daarvan — doorslaggevend. FNV Zelfstandigen biedt ook gratis adviesgesprekken voor freelancers die twijfelen over hun rechtspositie.
Wat kunt u nu doen?
Of u nu vast medewerker of freelancer bent: termijnen zijn kort en fataal. Bezwaar bij het UWV moet doorgaans binnen twee maanden na het ontslagbesluit worden ingediend. Laat die termijn verstrijken, dan vervalt het recht op aanvechting.
Een gespecialiseerd arbeidsrechtadvocaat kan beoordelen of de ontslagprocedure correct is gevolgd, of de transitievergoeding juist is berekend en of uw situatie als freelancer kenmerken van schijnzelfstandigheid vertoont. De UWV-informatie over collectief ontslag biedt een eerste overzicht van de procedurele vereisten voor werkgevers.
Via Expert Zoom vindt u arbeidsrechtspecialisten die ervaring hebben met reorganisaties in de mediasector en kunnen beoordelen wat uw specifieke situatie waard is.
Disclaimer: dit artikel bevat algemene juridische informatie en vervangt geen persoonlijk juridisch advies.

Sophie Bosch