Personeelskorting verdwijnt in 2027: wat betekent dit voor uw loonstrook?

Retailmedewerker in achterkamer kledingwinkel bestudeert loonstrook en WKR-documenten

Fotocredits

David David BakkerFinanciële Planning
6 min leestijd 5 oktober 2026

Per 1 januari 2027 verdwijnt de aparte belastingvrije personeelskorting uit de werkkostenregeling (WKR). Dat besloot het kabinet op 12 juni 2026 als onderdeel van een vereenvoudiging van de WKR. Voor naar schatting 1,2 miljoen werknemers in de retailsector betekent dit concreet dat zij tot €500 per jaar aan belastingvrij voordeel kwijtraken — tenzij werkgevers hun arbeidsvoorwaardenpakket voor eind 2026 aanpassen.

Wat is de personeelskorting binnen de werkkostenregeling?

De werkkostenregeling (WKR) is het Nederlandse fiscale systeem waarmee werkgevers onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers kunnen geven. Denk aan reiskostenvergoedingen, bedrijfsfietsen, studiekosten en telefoonkosten. Werkgevers beschikken hiervoor over een zogeheten vrije ruimte: 1,92% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% van het meerdere. Alles wat boven die ruimte uitstijgt, wordt belast met 80% eindheffing voor de werkgever.

Naast deze vrije ruimte bestond er tot nu toe een aparte categorie: de belastingvrije personeelskorting op eigen producten of diensten. Een kledingwinkelier mocht medewerkers 25% korting op eigen kleding geven, een opticien korting op brillen, een supermarkt korting op boodschappen. De voorwaarden: de korting mocht maximaal 20% van de verkoopwaarde bedragen én niet meer dan €500 per werknemer per jaar. Dit bedrag telde niet mee met de vrije ruimte — het stond volledig los.

Dat verandert dus met ingang van 2027. De aparte categorie wordt afgeschaft. Wil een werkgever zijn medewerkers nog steeds korting geven op eigen producten, dan moet dat voortaan uit de reguliere vrije ruimte komen. En die is bij veel werkgevers al vrijwel volledig in gebruik.

Waarom neemt het kabinet deze beslissing?

Volgens het ministerie van Financiën is de huidige regeling "te complex" en creëert zij "onnodig administratieve lasten" voor werkgevers. Het kabinet volgt hiermee een aanbeveling uit een evaluatie door SEO Economisch Onderzoek. Door de aparte categorie te schrappen, hoeven werkgevers nog maar één maximumbedrag bij te houden voor alle verstrekkingen samen. Dat klinkt logisch vanuit vereenvoudiging.

Vakbond FNV en brancheorganisaties als INretail en Vakcentrum zien dat echter anders. Zij publiceerden op 17 juni 2026 een gezamenlijke oproep aan de Tweede Kamer om de maatregel terug te draaien. Volgens INretail dient de bezuiniging mede ter financiering van een tijdelijke verlaging van de vrachtwagenbelasting — en gaat het dus feitelijk ten koste van winkelmedewerkers om vrachtrijders te helpen.

De retail- en de horecasector zijn de zwaarst getroffen branches. Juist daar zijn personeelskortingen vaak een vast onderdeel van de cao — en zijn de lonen het laagst, waardoor het nettoverlies relatief hard aankomt. Volgens de officiële mededeling van de Rijksoverheid is de budgettaire impact van de afschaffing circa €65 miljoen per jaar.

De vraag die werknemers nu stellen: wordt mijn korting straks belast?

Het antwoord is: dat hangt ervan af of uw werkgever nog vrije ruimte heeft. Wanneer de vrije ruimte al volledig is opgebruikt aan andere vergoedingen, geldt uw personeelskorting vanaf 2027 als loon in natura. De werkgever betaalt dan 80% eindheffing over het bedrag, of hij verrekent het als belastbaar loon bij de werknemer.

Voor een werknemer met een bruto jaarinkomen van €28.000 die €400 aan personeelskorting ontvangt, ziet het er als volgt uit:

  • Tot en met 2026: €400 korting volledig belastingvrij, apart van de vrije ruimte
  • Vanaf 2027 zonder beschikbare vrije ruimte: €400 telt mee als belastbaar loon → bij het 37,07%-tarief betaalt de werknemer circa €148 extra belasting per jaar

Sommige werkgevers zullen de korting dan ook simpelweg stopzetten. Uit een rondgang van HR-vakblad HRpraktijk onder werkgevers bleek dat drie op de tien werkgevers de personeelskorting wil beëindigen als de extra belastingdruk niet meer in de vrije ruimte past.

Concreet: wat betekent dit voor de verkoopmedewerker in Eindhoven?

Stel: u werkt als fulltime verkoopmedewerker bij een sportkledingketen in Eindhoven. Uw brutosalaris is €2.350 per maand (€28.200 per jaar). U maakt jaarlijks gebruik van de personeelskorting: u koopt voor €380 aan sportkleding en schoenen bij uw werkgever tegen de geldende medewerkerskorting van 20%.

Uw werkgever heeft vijftien medewerkers. De gezamenlijke loonsom is €420.000. De vrije ruimte bedraagt: 1,92% × €400.000 = €7.680 + 1,18% × €20.000 = €236 = €7.916 totaal per jaar. Die ruimte is al volledig benut met reiskostenvergoedingen (€4.200), bedrijfstelefoons (€1.800) en kerstpakketten (€1.500). Er is geen ruimte meer voor de personeelskortingen van alle medewerkers samen (15 × €380 = €5.700).

Als de korting tóch wordt toegekend, betaalt uw werkgever 80% eindheffing over €5.700 = €4.560 extra belastingkosten. De kans dat hij die korting dan behoudt, is klein. Als uw cao de personeelskorting als verplichte arbeidsvoorwaarde vermeldt, mag uw werkgever die echter niet zomaar schrappen. Dan is eenzijdige wijziging niet toegestaan en dient er overleg met de OR of vakbond te komen. Zie ook onze uitleg over arbeidsrecht 2027: de vier grote wijzigingen die werknemers raken.

Als de korting wordt gestopt: u verliest €380 netto belastingvrij voordeel per jaar, wat neerkomt op €31,67 per maand minder koopkracht. Voor medewerkers met een cao-salaris net boven het minimumloon is dat een merkbaar verschil.

Wat als uw personeelskorting in een cao of contract staat?

Niet elke werkgever kan de personeelskorting zomaar schrappen, ook al verplicht de wet hem dat fiscaal gezien niet langer te faciliteren. Is de korting vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao), dan geldt de cao-tekst als bindend recht: de werkgever kan die niet eenzijdig wijzigen. Dat vereist cao-onderhandelingen met de vakbonden — een proces dat normaal gesproken minimaal één cao-cyclus duurt, ofwel één tot drie jaar.

Is de korting vastgelegd in uw individuele arbeidscontract maar niet in een cao, dan mag uw werkgever hem alleen aanpassen met uw instemming. Wijzigt hij de voorwaarde zonder uw akkoord, dan kunt u bezwaar maken bij de kantonrechter. In de praktijk kiezen werkgevers er dan voor om een overgangsregeling aan te bieden — bijvoorbeeld een tijdelijke loonsopslag als compensatie.

Houd er wel rekening mee dat een loonsopslag van €380 per jaar netto meer kost voor de werkgever dan de oude belastingvrije korting: boven op het brutoloon betaalt hij ook sociale premies (circa 15-20% werkgeverslasten). Dat maakt de discussie in 2027 complex voor zowel werknemers als HR-afdelingen.

Wat kunt u nu doen — als werknemer én als werkgever?

Als werknemer:

Controleer uw arbeidsovereenkomst en eventuele cao: staat de personeelskorting daarin als vaste arbeidsvoorwaarde? Zo ja, dan heeft uw werkgever een meldingsplicht bij wijziging en dient hij bij de OR te overleggen. Neem contact op met uw vakbondsvertegenwoordiger om te weten wat uw rechten zijn, zeker als de korting een substantieel deel van uw nettoloon uitmaakt.

Overweeg ook of u de wegvallende korting kunt compenseren via andere belastingvoordelen — denk aan een hogere belastingaftrek voor studiekosten of een fietsplan via de vrije ruimte. Een financieel adviseur kan uw nettoloonpositie na 2027 doorrekenen en adviseren over het slimst mogelijke vergoedingenpakket.

Als werkgever of HR-manager:

Begin nu met een inventarisatie van uw WKR-gebruik: hoeveel vrije ruimte heeft uw organisatie en hoeveel is al benut? Berekent u het bedrag aan personeelskorting dat u jaarlijks verstrekt en vergelijkt u dat met de resterende ruimte, dan weet u precies hoe groot het probleem is. Als de ruimte te krap is, zijn er drie opties: (1) andere vergoedingen inkrimpen om ruimte vrij te maken, (2) de personeelskorting gedeeltelijk handhaven met een lager maximumplafond, of (3) de korting omzetten naar een loonsverhoging — wat echter tot hogere werkgeverslasten leidt.

Raadpleeg een financieel planner of loonspecialist vóór de definitieve behandeling van het Belastingplan 2027 in de Tweede Kamer — najaar 2026 is het laatste moment om via lobbykanalen nog wijzigingen te bewerkstelligen.

Een financieel expert via ExpertZoom helpt u berekenen welke WKR-inrichting voor uw specifieke organisatie en uw medewerkers het meest voordelig uitpakt na de wetswijziging van 1 januari 2027.


Dit artikel bevat fiscale informatie van algemene aard en is geen vervanging voor persoonlijk fiscaal of juridisch advies. Raadpleeg een gekwalificeerde adviseur voor advies dat is afgestemd op uw specifieke situatie.

Fotocredits : Deze afbeelding is gegenereerd met kunstmatige intelligentie.

Voordelen

Snelle en nauwkeurige antwoorden op al uw vragen en hulpverzoeken in meer dan 200 categorieën.

Duizenden gebruikers hebben een tevredenheid van 4,9 op 5 behaald voor het advies en de aanbevelingen van onze assistenten.

Neem contact met ons op

E-mail
Volg ons