Twee dagen geleden bevestigde minister Heleen Herbert in een Kamerbrief bij de Staat van het mkb 2026 wat ondernemers al geruime tijd hoopten te horen: "Het kabinet houdt de BOR intact." De bedrijfsopvolgingsregeling — de belastingvrijstelling waarmee een familiebedrijf van generatie op generatie kan worden overgedragen zonder een grote fiscale claim — blijft ongewijzigd. Tegelijkertijd publiceerde hetzelfde rapport een zorgwekkend ander getal: van de ondernemers die hun bedrijf binnen tien jaar willen stoppen, heeft 22 procent de opvolging nog helemaal niet ter hand genomen. En 20 procent zoekt al actief een opvolger maar heeft er tot op heden geen gevonden.
De BOR is intact — maar de voorbereiding niet. Dat is de tegenstelling die opvalt, en die bij te veel familiebedrijven jarenlange conflicten veroorzaakt.
Wat de cijfers onthullen: een sector die het weet maar niet doet
Onderzoek van BDO en ABN AMRO, gepubliceerd in 2026, schetst een helder en enigszins alarmerend beeld van de staat van bedrijfsopvolging in Nederland:
| Maatstaf | Cijfer |
|---|---|
| Vindt strategische opvolgingsplanning belangrijk | 85% |
| Beschikt over een formeel opvolgingsplan | 57% |
| Voert dat plan ook actief uit | 23% |
| Mist formele familiegovernance | 54% |
| Worstelt met het loslaten van de bedrijfscontrole | >33% |
De kloof tussen 85 procent dat het belang erkent en slechts 23 procent dat actief handelt is veelzeggend. Onderzoekers van ABN AMRO stellen dat een overdracht binnen de familie gemiddeld 6,5 jaar vergt. Sommige adviseurs hanteren zelfs een horizon van 10 tot 15 jaar voor een optimale, conflictvrije overgang. De realiteit is dat de meeste directeur-grootaandeelhouders pas beginnen als urgentie al voelbaar is — door ziekte, leeftijd of een overnameaanbod van buitenaf.
Nederland telt naar schatting meer dan 250.000 familiebedrijven, verantwoordelijk voor ruim 55 procent van de werkgelegenheid in het mkb. De maatschappelijke en economische belangen zijn daarmee enorm. Toch loopt meer dan de helft van deze bedrijven een serieus conflict-risico doordat formele spelregels ontbreken.
Waarom het kabinet de BOR intact houdt — en wat dat nu concreet betekent
De bedrijfsopvolgingsregeling is een vrijstelling in de schenk- en erfbelasting. Zonder BOR zou een familiebedrijf ter waarde van twee miljoen euro bij overdracht zomaar een belastingclaim van drie tot vijf ton kunnen opleveren. Dankzij de BOR geldt er een aanzienlijke vrijstelling voor het ondernemingsvermogen; over het meerdere boven de drempel geldt een substantieel verlaagd tarief.
Volgens de Belastingdienst is de BOR uitdrukkelijk bedoeld om te voorkomen dat fiscale overwegingen een bedrijfsoverdracht blokkeren of onmogelijk maken. Minister Herbert benadrukte op 22 september 2026 dat dit maatschappelijke doel nog volledig geldig is. De aanvullende regelingen in de inkomsten- en overdrachtsbelasting worden eveneens niet aangepast.
Wat de minister onuitgesproken liet — maar wat advocaten en fiscalisten dagelijks zien — is dat de BOR alleen optimaal werkt als de overdracht ook juridisch waterdicht is vormgegeven. Een perfect fiscaal plan kan sneuvelen door een aandeelhoudersgeschil, een onvolledige testamentaire regeling of simpelweg het ontbreken van een familiestatuut. De regelgeving is er; het fundament eronder ontbreekt te vaak.
Drie conflictpunten die familiebedrijven verscheuren
Uit rechtbankdossiers, mediationdossiers en gesprekken met ondernemingsrechtadvocaten tekenen zich drie terugkerende oorzaken van conflict af:
1. De waardebepaling van de onderneming. Een opvolger wil de laagst mogelijke overnameprijs om de financiering haalbaar te houden en de belastinggrondslag te beperken. Broers of zussen die niet meewerken in het bedrijf maar wel aandeelhouder zijn, willen juist een marktconforme prijs. Zonder een bindende waarderingsmethode vastgelegd in de aandeelhoudersovereenkomst of statuten wordt dit vrijwel altijd een strijd.
2. De zeggenschap na overdracht. Een ouder laat het bedrijf na aan drie kinderen, ieder voor een gelijk deel. Twee kinderen willen het bedrijf voor vier miljoen euro verkopen aan een strategische partij. Het derde kind wil continuïteit en stemt tegen. Wie wint? Dat hangt af van de statuten, de aandeelhoudersovereenkomst en — als die er niet zijn — van de letterlijke tekst van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 2:230 BW bepaalt de basisregels voor besluitvorming, maar die laten veel ruimte voor geschil open.
3. De positie van niet-actieve familieleden. Familieleden die geen arbeidscontract hebben maar wél aandeelhouder zijn, kunnen wettelijk dividenduitkering eisen of zelfs via de rechter uitkoop afdwingen als zij menen dat hun belangen worden geschaad (artikel 2:343 BW). Als hun positie contractueel niet duidelijk is geregeld, kan één familielid het gehele besluitvormingsproces blokkeren of bemoeilijken.
Concreet scenario: twee broers, één bedrijf, een conflict over de toekomst
Stel: een installatiebedrijf in Noord-Brabant, in 2003 opgericht door de ouders. Acht medewerkers, stabiele omzet, en een marktwaarde van circa 1,2 miljoen euro. De vader overlijdt in 2025 en laat zijn 60 procent aandelen na aan zijn twee zoons. Marc (40) werkt al twaalf jaar dagelijks in het bedrijf. Kevin (37) heeft een eigen loopbaan als IT-manager en was nooit betrokken bij de operaties.
Kevin wil zijn 30 procent-belang liquideren. Een externe koper biedt hem 350.000 euro. Marc wil het bedrijf koesteren en kan op korte termijn maximaal 200.000 euro financieren via een banklening. Het verschil is 150.000 euro.
Als er geen aandeelhoudersovereenkomst bestaat, staat Marc voor een harde keuze: hij kan Kevins aandelen niet voor minder overnemen dan het bedrag dat Kevin van de externe koper krijgt. Lukt de financiering niet, dan kan Kevin via de rechter gedwongen uitkoop afdwingen (artikel 2:343 BW). Een bodemprocedure duurt gemiddeld 18 maanden en kost — afhankelijk van de complexiteit en de rechtsbijstand — 15.000 tot 40.000 euro aan proceskosten. Bovenop de financiële schade: onzekerheid voor de acht medewerkers, klanten die de onrust voelen, en een broederrelatie die zwaar onder druk staat.
Als er wél een aandeelhoudersovereenkomst was geweest met een right of first refusal en een bindende waarderingsformule — bijvoorbeeld 4× EBITDA — had het scenario er heel anders uitgezien. Bij een EBITDA van 70.000 euro bedraagt de prijs op basis van die formule 280.000 euro. Dat bedrag kan Marc met een reguliere bedrijfsfinanciering wél ophalen. Kevin had een reële prijs ontvangen, Marc had het bedrijf kunnen voortzetten, en de BOR-vrijstelling had volledig benut kunnen worden bij de erfopvolging.
Het verschil tussen een conflictloze overdracht en een meerjaren procedure zit hem soms letterlijk in twee A4'tjes correct juridisch papierwerk.
Wat kunt u vandaag nog doen?
De combinatie van het kabinetsnieuws van 22 september 2026 en de publicatie van de opvolgingscijfers maakt één ding onmiskenbaar duidelijk: de fiscale faciliteiten zijn aanwezig, maar de juridische basis ontbreekt bij te veel familiebedrijven. Drie concrete stappen:
Stap 1 — Laat uw statuten en aandeelhoudersovereenkomst doorlichten. Een advocaat ondernemingsrecht toetst of uw documentatie voldoende bescherming biedt bij een geschil over waardering, overname of gedwongen uitkoop. Ontbreken deze stukken, of dateren ze van vóór 2020, dan is actualisering dringend.
Stap 2 — Overweeg een familiestatuut. Dit is geen juridisch bindend document, maar een door alle familieleden ondertekende gedragscode. Bedrijven mét familiestatuut lossen interne conflicten aantoonbaar sneller op — en voorkomen dat ze überhaupt escaleren naar de rechter.
Stap 3 — Combineer juridisch én fiscaal advies. De BOR biedt aanzienlijke belastingvoordelen bij een kwalificerende bedrijfsoverdracht. Maar de vrijstelling werkt alleen als de overdracht ook juridisch correct is gestructureerd. Een advocaat en een belastingadviseur die samen optrekken, zorgen dat uw opvolging zowel juridisch sluitend als fiscaal optimaal is — en niet achteraf door een familielid aangevochten kan worden.
Of uw bedrijf nu al midden in een opvolgingsproces zit of u pas over vijf jaar denkt te stoppen: de beste tijd om de juridische basis te leggen is nú, ruim voordat emoties en belangen gaan botsen. Raadpleeg de advocaten van Expert Zoom voor een oriënterende consultatie over uw specifieke situatie.
Disclaimer: dit artikel is informatief van aard en vervangt geen juridisch of fiscaal advies op maat. Raadpleeg altijd een gekwalificeerde advocaat of belastingadviseur voor uw specifieke situatie.

Mark Visser