Maandag 5 oktober 2026 verloor voetbaloplichter Bernio Verhagen zijn kort geding tegen omroep BNNVara. De Amsterdamse voorzieningenrechter gaf de omroep toestemming de driedelige documentairereeks De Spookvoetballer gewoon uit te zenden — de eerste aflevering verscheen nog dezelfde avond op NPO 3. Verhagen, die in 2023 werd veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf wegens meerdere overvallen, probeerde via een rechterlijk verbod te verhinderen dat zijn verhaal breed uitgemeten werd op televisie. Hij verloor. Maar zijn poging brengt een vraag aan het licht die veel mensen bezighoudt: wanneer kunt u als particulier wél een mediaproductie over uzelf tegenhouden?
Hoe Bernio Verhagen vier profcontracten versierden zonder talent
Bernio Verhagen uit Tilburg bouwde jarenlang een dubbelleven op. Met een verzonnen online identiteit — nepstats, gefabriceerde wedstrijdvideo's en een fictieve spelershistorie — wist hij profcontracten te bemachtigen bij clubs in Moldavië, Zuid-Afrika, Chili en Denemarken. Dat leverde hem de bijnaam "spookvoetballer" op: een speler die op papier bestond, maar qua talent nauwelijks een bal kon trappen. Journalist Sam van Raalte reconstrueerde de fraude voor BNNVara in samenwerking met regisseur Jesse Bleekemolen. Verhagen, die momenteel zijn gevangenisstraf uitzit, stapte naar de rechter om de uitzending te blokkeren vóór uitzending. De voorzieningenrechter wees zijn eis af.
Zijn argument was dat de documentaire zijn recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer schond — verankerd in artikel 10 van de Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). BNNVara beriep zich met succes op de persvrijheid (artikel 10 EVRM) en het maatschappelijk belang van de reportage. De rechter concludeerde dat het publieke belang in dit geval zwaarder weegt. De afweging privacy versus persvrijheid staat daarmee opnieuw centraal in het Nederlandse mediarecht.
Hoe weegt de rechter privacy af tegen persvrijheid?
Een kort geding om een mediauitzending te verbieden is geen uitzonderlijk middel, maar het slaagkanspercentage is laag. Nederlandse rechters hanteren een strikte drempeltest. Drie factoren zijn doorslaggevend:
De aard van de informatie. Is de informatie bijzonder privacygevoelig — denk aan medische gegevens, seksuele geaardheid of gegevens over minderjarigen — dan is de drempel voor een verbod lager. Gaat het om strafbare feiten waarvoor iemand al onherroepelijk is veroordeeld, dan heeft de betrokkene een minder sterk privacybelang tegenover de samenleving.
Het maatschappelijk belang van de publicatie. Gaat het om corruptie, fraude of het handelen van publieke figuren? Dan staat de persvrijheid doorgaans sterker. Verhagen is bij de Amsterdamse rechter getypeerd als iemand wiens gedrag "maatschappelijk relevante vragen oproept over identiteitsfraude en online manipulatie in de sport."
De proportionaliteit van de schade. Kan de reputatieschade niet meer worden hersteld als de uitzending eenmaal heeft plaatsgevonden, dan is een kort geding eerder kansrijk. Maar de rechter weegt ook af of er minder vergaande alternatieven bestaan — zoals een recht op weerwoord of een rectificatie.
Volgens vaste jurisprudentie geldt: hoe meer iemand bewust heeft gekozen voor een publieke rol — of hoe meer zijn gedrag publiek debat heeft aangewakkerd — hoe groter het belang van vrije berichtgeving en hoe kleiner de kans op een verbod.
Wanneer wint u wél een kort geding over media-aandacht?
Er zijn concrete omstandigheden waaronder een particulier er wél in slaagt een verbod of correctie af te dwingen:
- Aantoonbare feitelijke onjuistheden die niet worden gecorrigeerd. Als een omroep of redactie aantoonbaar onjuiste feiten als waar presenteert en weigert rectificatie, neemt de kans op een rechterlijk verbod toe.
- Heimelijk opgenomen beelden in een privésetting. Opnamen gemaakt zonder medeweten van de betrokkene in een niet-publieke ruimte zijn in beginsel onrechtmatig op grond van artikel 441b van het Burgerlijk Wetboek en artikel 139f van het Wetboek van Strafrecht.
- Identificeerbare slachtoffers of minderjarigen. Wanneer een productie herkenbare slachtoffers van een misdrijf of kinderen zonder toestemming in beeld brengt, kan de rechter ingrijpen.
- Direct gevaar voor lijf en leden. Bewijst u dat uitzending onmiddellijk gevaar voor u of uw gezin oplevert — bijvoorbeeld bij getuigen of informanten — dan heeft u een sterk argument voor een noodverbod.
In alle andere gevallen is een verbod zeldzaam. De vrijheid van meningsuiting heeft in het Nederlandse recht een zwaar gewicht, zeker bij journalistieke producties over kwesties van algemeen belang.
Concreet geval: als de camera op ú is gericht
Stel: u bent een regionaal ondernemer en een online nieuwsredactie kondigt aan een meerluik te publiceren over vermeende boekhoudkundige onregelmatigheden bij uw bedrijf. Uw naam en gezicht zijn herkenbaar in acht. Uw accountant heeft wél fouten gemaakt, maar u bent nooit strafrechtelijk veroordeeld. Bovendien zijn er twee onjuiste cijfers in de concept-publicatie opgenomen — een omzetgetal dat 40 procent te hoog ligt — en het stuk vermeldt uw privé-woonadres.
In dit scenario zijn de kansen realistischer dan in de zaak-Verhagen. Uw advocaat kan een kort geding aanspannen met twee concrete vorderingen:
- Verwijdering van uw privéwoonadres: dit zijn persoonsgegevens die buiten het maatschappelijk belang vallen van de publicatie. Kans op toewijzing: hoog.
- Rectificatie of schorsing van de onjuiste omzetcijfers vóór publicatie: de kans hangt af van hoe overtuigend u de onjuistheid kunt aantonen (accountantsverklaring, bankafschriften).
Wat zijn de kosten? Een kort geding via een mediarechtadvocaat kost in 2026 gemiddeld €3.000 tot €8.000 aan advocaatkosten, afhankelijk van de complexiteit en het kantooruurtarief. Verliest u, dan betaalt u doorgaans ook de proceskosten van de wederpartij: in mediarechtzaken doorgaans €1.000 tot €2.500 extra. Totale risicopost bij verlies: €4.000 tot €10.500.
Als u wint: de rechtbank kan een verbod opleggen met een dwangsom van typisch €500 tot €5.000 per dag dat de redactie de uitspraak niet naleeft. Een verplichte rectificatie kan met een vergelijkbare dwangsom worden afgedwongen.
If/then-logica: als uw naam wordt gekoppeld aan aantoonbaar onjuiste feiten in een aangekondigde publicatie, heeft u het recht de omroep of redactie schriftelijk te sommeren tot correctie vóór publicatie. Doet de redactie dit niet binnen een redelijke termijn (doorgaans 48 tot 72 uur), dan is de drempel voor een kort geding laag genoeg om in ieder geval een mediarechtadvocaat te raadplegen. De kosten van een eerste adviesgesprek liggen tussen €150 en €350.
Wat als u niets doet? Is de schade eenmaal online, dan is reputatieherstel kostbaar en tijdrovend. Onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam (2024) toont aan dat negatieve berichtgeving gemiddeld 18 tot 36 maanden zichtbaar blijft in zoekmachines — ook na een rectificatie.
Uw rechten onder de AVG bij mediaberichten
Naast het kort geding biedt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) een aanvullend instrumentarium. U heeft het recht op inzage (artikel 15 AVG), correctie (artikel 16 AVG) en in sommige gevallen verwijdering (artikel 17 AVG) van uw persoonsgegevens. Journalistieke uitzonderingen bestaan, maar de AVG vereist wel dat mediaredacties proportioneel omgaan met persoonsgegevens.
Dient u een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens, dan heeft dat geen schorsende werking op een geplande uitzending. Voor een directe blokkering is een kort geding nog steeds het snelste middel. Beide routes sluiten elkaar niet uit.
Wat kunt u concreet doen?
Heeft u reden te geloven dat een media-uitzending of online publicatie over u in voorbereiding is? Volg dan deze stappen:
- Documenteer alles. Bewaar aankondigingen, e-mails van journalisten en screenshots van sociale media. Tijdstempels zijn cruciaal voor bewijs in een eventueel kort geding.
- Stuur een schriftelijke sommatie. Vraag de redactie om hoor en wederhoor, correctie van onjuistheden en verwijdering van beschermde persoonsgegevens zoals uw woonadres of gezondheidsgegevens. Dit versterkt uw positie bij de rechter aanzienlijk.
- Raadpleeg een mediarechtadvocaat. Niet elke zaak rechtvaardigt een kort geding — een eerste adviesgesprek geeft u duidelijkheid over haalbaarheid en kosten.
- Overweeg het recht op weerwoord. Een rectificatie of een ingezonden reactie is soms een effectievere uitkomst dan een verbod, zeker als de feiten niet volledig onjuist zijn.
Bernio Verhagen koos de meest vergaande weg en verloor. Zijn zaak bevestigt dat de rechter de persvrijheid zwaar laat wegen bij figuren wier gedrag al publiek debat heeft aangewakkerd. Voor particulieren zonder crimineel verleden liggen de kansen genuanceerder — maar ook dan geldt: hoe eerder u juridisch advies inwint, hoe meer opties u heeft.
Dit artikel is informatief en vormt geen juridisch advies. Raadpleeg een advocaat voor uw specifieke situatie.

Laura Hofman